APELDOORN - Baansprintster Willy Kanis werkt de Nederlandse kampioenschappen in Apeldoorn dezer dagen af met lichte tegenzin.

Nadat ze dinsdag een gouden medaille had behaald op de 500 meter tijdrit, pakte ze woensdag zonder al te veel problemen de titel op de sprint. Veel voldoening haalde ze er niet uit.

''Ik ga liever een dag goed trainen. Ik hang hier de hele dag rond voor een handvol ritjes'', klaagde de veelvoudig kampioene.

''De concurrentie kan mij en Yvonne Hijgenaar op nationaal niveau nauwelijks tegenstand bieden. Het is dat ik tegen Yvonne nog het gevoel kreeg dat ik echt moet werken voor die gouden plak."

"In de halve finale moest ik zelf maar gaan versnellen om toch scherp die finale in te gaan. De aanval van mijn tegenstandster kwam maar niet.’’

WK

Kanis is in gedachten dan ook meer bezig met de wereldkampioenschappen, die over drie maanden in hetzelfde Omnisportcentrum in Apeldoorn gehouden worden.

Ze is bij de vrouwelijke sprinters dé grote Nederlandse troef waar het gaat om de medailles.

''Het zou mooi zijn als de stoeltjes hier dan tot op de bovenste rij gevuld zijn.’’ Woensdag vonden slechts een paar honderd toeschouwers de weg naar de piste.

Lijn uitgestippeld

''Samen met onze nieuwe sprintcoach René Wolff hebben we een lijn uitgestippeld richting WK. René is precies op tijd gekomen."

"We hebben vorig jaar zonder coach gewerkt en toen lang stilgestaan. Nu zit er veel meer een plan achter onze aanpak en kunnen we ook op iemand terugvallen die weet wat sprinten op topniveau inhoudt.''

Kanis gelooft heilig in de nieuwe aanpak. ''We zijn het seizoen begonnen met veel trainen op duurvermogen, om de inhoud te hebben om straks de sprints lang door te kunnen trekken. Heel langzaam gaan we nu steeds meer werken aan de snelheid.''

Resultaat

Bij wereldbekerwedstrijden in Melbourne voelde Kanis begin december al voorzichtig het resultaat van de trainingen.

''Pas bij de wereldbekermanche in Manchester eind februari moet ik top zijn. Om die vorm nog een maand vast te houden richting de WK."

Ik ben niet iemand die nu al droomt van hoe ik straks van succes naar succes rijd voor volle tribunes. Daar ben ik te nuchter voor."

"Maar ik weet wel zeker dat ik hier dan met een heel ander gevoel zal rondrijden, want dan gaat het er echt om.’’