DEN HAAG - De Waddenzee is in de afgelopen dertig jaar veel schoner geworden, dankzij een afname in de toevoer van mest en fosfaat via de rivieren. Dat blijkt uit een onderzoek, waarvan de resultaten maandag bekend werden gemaakt door het Koninklijk Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee (NIOZ).

"Het beleid van de overheid, met onder meer een verbod op het gebruik van fosfaat in wasmiddelen, heeft gewerkt", constateert onderzoekster Katja Philippart van het NIOZ. Het onderzoek heeft uitgewezen dat de Waddenzee tussen 1985 en 1990 het zwaarst vervuild was.

"Sindsdien is het gelukt om de Waddenzee wat schoner te krijgen".

Micro organismen

Tijdens het onderzoek heeft het NIOZ samengewerkt met drie andere instituten. De wetenschappers hebben vastgesteld dat er aan het eind van de jaren '70 van de vorige eeuw extra stikstof en fosfaat in de Waddenzee terecht kwam. Deze stoffen dienen als voedsel voor microscopisch kleine algen, ook bekend als fytoplankton.

De concentratie van fytoplankton in de Waddenzee verdubbelde in de periode tot eind jaren '80.

De algen dienen weer als voedsel voor dieren. Het toenemende voedselaanbod leidde snel tot een verdubbeling van het aantal algen etende bodemdieren, zoals de strandgaper, het nonnetje en de wadpier.

De populaties van verschillende vogelsoorten namen ook toe door de grotere beschikbaarheid van voedsel.

In het laatste decennium nam de toevoer van stikstof en fosfaat fors af. De samenstelling van het fytoplankton veranderde, en dat had weer zijn effect op de dieren die van deze voedselbron afhankelijk zijn. De hoeveelheid aanwezig levend materiaal (planten en dieren) in de Waddenzee bleef vrijwel gelijk in vergelijking met de periode waarin er steeds meer fosfaat en stikstof in de Waddenzee terecht kwam.