NEW YORK - Grote delen van Azië worden overspoeld met nepmedicijnen tegen onder meer malaria, tbc en hiv en hersenvliesontsteking.

Het probleem is zo groot dat zeker enkele tienduizenden mensen, maar waarschijnlijker tot 200.000 mensen, niet hadden hoeven sterven als ze echte medicijnen hadden gekregen.

Dat zegt een expert van de wereldgezondheidorganisatie WHO in de dinsdageditie van The New York Times.

Hij krijgt bijval van een onderzoeker van de Britse Oxford-universiteit, die in Laos werkt. Volgens hem is mogelijk tot de helft van alle malariapillen die in Zuidoost-Azië te koop zijn nep.

Grof geld

Het gaat vooral om tabletten die artemisinin zouden bevatten, een nieuw en populair middel tegen malaria. Chinese bedrijven zijn de grootste leveranciers van de nepmedicijnen en ze verdienen grof geld. Veel van de neptabletten bevatten alleen kalk of zetmeel en geen enkele werkzame stof.

Gevaar

Andere bevatten wel werkzame stoffen, maar andere dan op de verpakking staan en soms zijn de pillen levensgevaarlijk. Dat laatste geldt zeker voor mensen die allergisch zijn voor bepaalde stoffen.

De nepmedicijnen worden volgens de experts "op industriële schaal" vervaardigd, zonder dat de autoriteiten in China, of daarbuiten, daartegen hard genoeg optreden.

In de volksrepubliek hebben recent wel twee hoge functionarissen ontslag gekregen wegens betrokkenheid bij de illegale handel, maar van een echte doelgerichte operatie is geen sprake, verzekeren de deskundigen in de krant.