Opwarming Noordzee verklaart verdwijnen kabeljauw niet

LONDEN - De teruggang van de hoeveelheid kabeljauw in de Noordzee komt niet door de stijging van de watertemperatuur. De vissoort lijkt geen last te hebben van de opwarming. Dat blijkt uit onderzoek van Britse wetenschappers dat gepubliceerd is in het vaktijdschrift Proceedings of the Royal Society of London.

Tot nu toe vermoedden wetenschappers dat kabeljauw als gevolg van de opwarming naar koudere regionen uitweek. Ondanks drastische vangstbeperkingen herstelt de kabeljauwstand zich namelijk niet. De precieze oorzaak van de achteruitgang van de vissoort blijft daardoor onduidelijk.

Warmtesensoren

Sinds 1970 is de Noordzee ongeveer 1 graad Celsius warmer geworden. De hoeveelheid kabeljauw in de Noordzee is nu eenvijfde van het bestand destijds. Vangstbeperkingen die de Europese Unie in 2004 heeft ingevoerd hebben tot nu toe geen effect gesorteerd.

De wetenschappers van het Marine Laboratory in Aberdeen hebben het onderzoek tussen 1999 en 2005 uitgevoerd. De kabeljauwen werden gemerkt met warmtesensoren. Van de vissen werden er 129 weer gevangen. De verwachting vooraf was dat de kabeljauwen, die snel en ver kunnen zwemmen, de warmere watergebieden zouden hebben gemeden.

Maar uit de verzamelde gegevens bleek dat de meeste kabeljauwen tijdens de zomermaanden in temperaturen leefden die tot nu toe voor te warm werden gehouden om tot volle wasdom te komen. Laboratoriumonderzoek had eerder uitgewezen dat de vissen het beste bij 7 graden gedijen, terwijl de onderzoekskabeljauwen zich maandenlang ophielden in zeewater van 15 graden.

Verklaringen

De onderzoekers geven meerdere verklaringen. Zo kan de hoeveelheid voedsel in een bepaald gebied belangrijker zijn dan de temperatuur. Mogelijk is de zoektocht naar koelere gebieden te drastisch. Ook kan niet worden uitgesloten dat de laboratoriumtest niet met de werkelijkheid overeen komt.

Dagelijkse nieuwsbrief

Dagelijkse nieuwsbrief
Elke ochtend rond 6.00 uur weten wat het nieuws wordt?

NUwerk

Tip de redactie