Lawaai leidt tot afname vogelsoorten in stad

LEIDEN - Het toenemende lawaai in stedelijke gebieden is funest voor sommige vogelsoorten. De herrie overstemt hun gezang dat een belangrijke rol speelt bij paarvorming en territoriumverdediging.

Dit tonen de Leidse gedragsbiologen Hans Slabbekoorn en Adrie den Boer-Visser aan in een studie in het onlinetijdschrift Current Biology. Zij onderzochten de verschillen in de zang van de stads- en bospopulaties van een soort die zich heeft aangepast aan het stadse leven, de koolmees.

De wetenschappers kregen meer inzicht in het aanpassingsvermogen van andere soorten door de koolmees te onderzoeken. Koolmezen in de stad gebruiken geen liedjes met lage frequenties, die zijn door het lawaai niet hoorbaar. De koolmezen leren van elkaar en nemen zo deuntjes over. Mezen in het bos vertonen dit gedrag in mindere mate.

Waarom koolmezen zich goed aanpassen aan een stadse omgeving is, volgens een medewerker van de Universiteit van Leiden, nog steeds onduidelijk. "We vermoeden dat koolmezen zich beter aanpassen door een breder spectrum in hun zang. Ze kunnen meer toonhoogtes bereiken en ze kennen meer verschillende liedjes. Verder onderzoek is nodig om dit goed uit te zoeken."

Dagelijkse nieuwsbrief

Dagelijkse nieuwsbrief
Elke ochtend rond 6.00 uur weten wat het nieuws wordt?

NUwerk

Tip de redactie