DEN HAAG - Het aantal dierproeven is in 2005 gedaald. In totaal werden 20.346 minder testen geregistreerd dan in 2004. Dat is een daling van 3 procent. Dat blijkt uit het jaaroverzicht 'Zo doende 2005' over dierproeven van de Voedsel en Waren Autoriteit (VWA), de instantie die toezicht houdt op de naleving van de Wet op de dierproeven (Wod).

In totaal registreerde de VWA in 2005 612.809 proeven. Met deze cijfers wordt een dalende trend doorgezet. In 2000 registreerde de inspectiedienst nog 714.449 testen op dieren. Twee derde hiervan zijn muizen en ratten.

Welzijn

De regels voor dierenwelzijn zijn in bijna alle gevallen goed nageleefd. Na 554 inspecties, waarvan ongeveer 220 onaangekondigd, deelde de dienst zes schriftelijke waarschuwingen uit. Deze hadden onder andere betrekking op de huisvesting van de dieren, het verzorgen en behandelen van proefdieren door nog niet bevoegde personen en het uitvoeren van proeven op dieren die niet afkomstig waren van een geregistreerde fokinstelling. In al deze gevallen zijn verbetertrajecten ingezet.

De beestjes worden in bijna de helft van de gevallen (47,3 procent) gebruikt voor de ontwikkeling van geneesmiddelen en medische producten. In 44,2 procent gaat het om wetenschappelijk onderzoek naar de oorzaak en behandeling van ziekten bij de mens.

Dierproeven mogen in Nederland alleen worden uitgevoerd door instanties die daar een speciale vergunning voor hebben. In 2005 waren dat er tachtig. 41 bedrijven hielden zich in dat jaar legaal bezig met het fokken van de dieren.