ROTTERDAM - Wetenschappers van het Erasmus Medisch Centrum hebben ontdekt hoe zij in sperma de voorlopercellen van zaadbalkanker kunnen opsporen. Ze hopen hiermee in een paar jaar een effectieve screeningsmethode te ontwikkelen die het makkelijker maakt om zaadbalkanker op te sporen, nog voordat de tumor zich ontwikkeld heeft. Dat maakt de kans op genezing 100 procent.

Dat hebben professor Leendert Looijenga en dr. Niels van Casteren van het Erasmus MC vrijdag bekendgemaakt. Zaadbalkanker is de meest voorkomende kanker bij jonge mannen in de vruchtbare leeftijd en het aantal mannen dat de ziekte krijgt groeit de laatste jaren. De aandoening wordt momenteel in Nederland jaarlijks bij ongeveer zeshonderd mannen tussen de 20 en 40 jaar ontdekt.

Ongeveer 6 procent van de mensen met een tumor in de zaadbal overlijdt uiteindelijk. Bovendien kan behandeling van de aandoening leiden tot ernstige gevolgen voor de vruchtbaarheid van de mannen. Als de tumor zich nog niet heeft ontwikkeld, kan de aandoening met lokale bestraling worden genezen.

Geen pijn

Zaadbalkanker veroorzaakt geen pijn en leidt vaak pas in een ver gevorderd stadium tot klachten. Minder vruchtbare mannen hebben een hoger risico. Slechts een klein aantal mannen met vruchtbaarheidsproblemen krijgt zaadbalkanker.

Ongeveer 1 procent van de vruchtbaarheidspatiënten heeft zaadbalkanker of zal het ontwikkelen. De voorlopercellen voor de tumor ontwikkelen zich al als de mannen zelf nog in de baarmoeder van hun moeder zitten. Wie voorlopercellen in zijn zaadballen heeft, ontwikkelt altijd op latere leeftijd zaadbalkanker.

Opsporing

Op dit moment worden voorlopercellen opgespoord door een stukje van het zaadbalweefsel operatief te verwijderen. De onderzoekers van het Erasmus MC slaagden erin om de voorlopercellen met een marker terug te vinden in het sperma van twee van tien onderzochte patiënten met ernstige vruchtbaarheidsproblemen.

Dat werd op basis van weefselonderzoek ook bevestigd. De cellen werden ook teruggevonden bij acht van negen onderzochte patiënten van wie bekend was dat ze zaadbalkanker hadden. De onderzoekers zeggen nog meer onderzoek te moeten verrichten, maar zijn hoopvol over de resultaten.