Nobelprijs geneeskunde naar Amerikanen

STOCKHOLM - De Amerikanen Andrew Z. Fire en Craig C. Mello krijgen dit jaar de Nobelprijs voor de Medicijnen voor hun onderzoek naar de beheersing van genetische informatiestromen. Dat heeft het Nobelcomité maandag in het Zweedse Stockholm bekendgemaakt.

De in 1959 geboren Fire is onder meer verbonden aan de universiteiten van Stanford en Massachusetts en Mello (1960) is werkzaam aan de universiteiten van Massachusetts en Harvard.

Zij krijgen de onderscheiding voor hun onderzoek naar het mechanisme waardoor bepaalde genen kunnen worden uitgeschakeld, de zogenoemde RNA-interferentie. Fire en Mello publiceerden al in 1998 over hun vinding. Dubbelstrengst-RNA (rubonucleïnezuur) dirigeert de aanmaak van eiwitten.

Waardering

Fire zei maandag in een reactie "de waardering voor zijn werk zeer op prijs te stellen". Mello reageerde iets uitbundiger en liet weten het nieuws nog steeds niet helemaal te kunnen bevatten. "Ik vermoedde dat het wellicht ooit zou kunnen gebeuren, maar ik ben pas 45 en dacht dat het er pas over tien of twintig jaar van zou kunnen komen", aldus de onderzoeker.

Mello zei dat hij een deel van het prijzengeld waarschijnlijk aan een goed doel wil schenken. Fire zei in het interview dat hem midden in de nacht werd afgenomen "geen idee" te hebben wat hij met het geld ging doen.

Stilleggen

In wetenschappelijke kringen worden de Amerikanen al langer in één adem genoemd met de Nobelprijs. Sinds hun gezamenlijke publicatie in het vakblad Nature in 1998 is duidelijk dat de onderzoekers baanbrekend werk verrichten op het gebied van RNA-interferentie. Fire ontdekte dat je door dubbelstrengs RNA in te brengen in een cel de werking van afzonderlijk genen kunt stilleggen.

Fire ontving in 2004 de Dr. H.P. Heinekenprijs voor de Biochemie en de Biofysica van de Koninklijke Nederlandse Academie voor Wetenschappen. In 2002 riep het tijdschrift Science de speciale RNA-moleculen die in staat zijn tot interferentie uit tot de doorbraak van het jaar.

Inmiddels richten meerdere farmaceutische bedrijven zich op dit fenomeen in de verwachting dat het werkende en winstgevende medicijnen zal opleveren. RNA wordt gezien als de chemische variant op DNA, oftewel het kleine broertje dat echter niet zo stabiel is als de grote broer, zo omschrijft Fire in een artikel.

Genen

Andrew Fire ontdekte dat je door dubbelstrengs RNA in te brengen in een cel de werking van afzonderlijke genen kunt stilleggen. Deze ontdekking heeft grote gevolgen. Aan vrijwel alle biologische processen ligt de aanmaak van eiwitten ten grondslag. Het zijn de genen die daar de leiding over voeren, maar zonder RNA (ribonucleïnezuur) zouden de juiste bouwinstructies nooit de werkplaats voor de bouw van eiwitten (de ribosomen) bereiken.

Een gen komt pas tot expressie, zoals genetici het noemen, wanneer RNA de opdracht doorgaf. Normaal gesproken bevat een RNA-molecuul een kopie van één van de twee strengen van het DNA van een bepaald gen, maar uit experimenten bleek halverwege de jaren tachtig al dat de andere streng van het RNA (het zogeheten antisense-RNA) soms in staat bleek de activiteit van een RNA te remmen. Fire kwam er, in samenwerking met zijn collega Mello, in 1998 achter dat dubbelstrengs RNA de synthese van eiwitten met grote efficiëntie blokkeert: Vandaar RNA-interferentie.

Onderzoekers hopen met deze technieken verschillende ziekten te bestrijden waaronder kanker en aids. Veel virussen, kankers en genetische ziekten danken hun ziekmakende vermogen immers aan de activiteit van slechts een klein aantal genen

Dagelijkse nieuwsbrief

Dagelijkse nieuwsbrief
Elke ochtend rond 6.00 uur weten wat het nieuws wordt?
Tip de redactie