AMSTERDAM - Het aantal vrouwen dat weet door te dringen tot de wetenschap is sinds 1990 langzaam aan het stijgen. Van de promovendi is nu 40 procent vrouw. Ook zijn er steeds meer vrouwelijke universitaire (hoofd)docenten en hoogleraren.

Dat blijkt uit de Monitor Vrouwelijke Hoogleraren 2006 van de Stichting De Beauvoir, die zich inzet voor de positie van de vrouw in de wetenschap. Maar nog steeds geldt dat het aantal vrouwen afneemt naarmate de wetenschappelijke rang hoger wordt.

Het glazen plafond waar vrouwen in de wetenschap hun neus aan stoten, bevindt zich tussen de rangen universitair docent en universitair hoofddocent. Vrouwelijke wetenschappers krijgen ook nog eens minder betaald.

Leerstoelen

De traditionele verschillen tussen studiekeuzes van mannen en vrouwen zijn ook terug te vinden op het niveau van leerstoelen. Van de hoogleraren op het terrein van taal en cultuur is 17 procent vrouw, terwijl maar 3 procent van de technische professoren van het vrouwelijk geslacht is.

Met nog geen 10 procent vrouwen in de wetenschappelijke topfuncties, ligt Nederland in Europa achter, stelt Stichting De Beauvoir. De stijgende trend die zij constateert, is niet steil genoeg om de doelstelling van minister Maria van der Hoeven (Wetenschap) te halen: 15 procent vrouwelijke hoogleraren in 2010.