DEN HAAG - Nederland moet ophouden het braafste jongetje van Europa te zijn. Naleving van wetten om de natuur te beschermen kan eenvoudiger en met veel minder bureaucratische rompslomp en regels.

Dat vinden de Tweede Kamerleden Rikus Jager en Ger Koopmans (beiden CDA). Op zoek naar een betere balans tussen economie en ecologie overhandigden de twee maandag negentien voorstellen aan fractievoorzitter Maxime Verhagen.

Koopmans vindt de manier waarop Europese richtlijnen in Nederland worden geïnterpreteerd "niet altijd even slim". "Wetgeving is volgens mij niet bedoeld als juridisch instrument om elke ontwikkeling te blokkeren", aldus de CDA'er. "Wieden in de wetgeving is nodig om mensen enthousiasme voor de natuur te laten houden. We horen steeds vaker dat iemand het wel heeft gehad."

Tweede Maasvlakte

Het Kamerlid wijst op bijvoorbeeld de aanleg van de Tweede Maasvlakte die in 2005 vertraging opliep toen de Raad van State oordeelde dat de plannenmakers te weinig rekening hielden met milieu, boeren en vissers. Ook past Nederland volgens hem de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn (VHR) te strikt toe, waardoor bouwprojecten soms jaren onnodig vertraging oplopen.

"Laat een ding duidelijk zijn: niet alle projecten kunnen, soms is sprake van aantoonbare natuurschade. De VHR-gebieden zijn de Rembrandts en Vermeers van onze natuur, maar de Europese Commissie heeft nooit beoogd om menselijke invloeden uit die gebieden te weren. Integendeel. In de mooiste natuurparken van Europa, zoals het Reuzengebergte, liggen zelfs hele dorpen middenin het gebied", stellen de Kamerleden in hun initiatiefnota 'Natuurbeleid; een onnodig groeiend ongenoegen'.