NIJMEGEN - De behandeling van doorligwonden is een ondergeschoven kindje in de zorg. Dat komt, omdat het doorliggen op zichzelf geen ziekte is, maar een bijverschijnsel. Er is ook geen specialisme dat zich in het bijzonder met doorliggen ofwel decubitus bezighoudt. Toch komt decubitus zo vaak voor, dat de behandeling veel meer aandacht verdient.

Dat stelt verpleegkundig onderzoeker Erik de Laat van het Universitair Medisch Centrum St Radboud (UMC) in Nijmegen. De Laat promoveert volgende week op een onderzoek naar doorliggen bij kritieke patiënten. Sinds deze zomer bestaat in Nijmegen het eerste Nederlandse expertisecentrum op het gebied van decubitus.

Druk

Doorliggen ontstaat soms al na enkele uren. Het lichaam vertoont wonden op plaatsen waar de druk op de huid en het onderliggende weefsel te groot is. Dat kan komen door een matras, maar ook door het dragen van hulpmiddelen als gips of een armsteun.

Volgens De Laat heeft één op de drie bewoners van een verpleeghuis doorligletsel. In algemene ziekenhuizen komen zulke wonden bij één op de vijf patiënten voor en in de academische ziekenhuizen bij één op de zes. De promovendus constateert dat alle instellingen preventieve decubitusrichtlijnen hebben, maar dat die kennelijk niet afdoende zijn.

Aandacht

"Natuurlijk is het belangrijk doorligwonden te voorkomen. Maar de realiteit is dat ze bestaan. Er moet dus meer aandacht voor en kennis over behandeling komen", stelt De Laat. "Er zijn allerlei speciale verbanden en zo, maar het lastige is dat er elk jaar iets verdwijnt of verandert." Het Nijmeegse expertisecentrum gaat daarvoor onder meer een documentatiebank bijhouden.