AMSTERDAM - Het aantal libellen is vorig jaar na vier jaar van achteruitgang weer toegenomen. Tien soorten libellen boekten vooruitgang en zeven soorten bleven stabiel. Van zestien soorten ging de populatie achteruit. De watersnuffel en het lantaarntje zijn de meest voorkomende libellen.

De cijfers komen uit een rapport van het Landelijk Meetnet Vlinders, het Landelijk Meetnet Libellen en het Centraal Bureau voor de Statistiek. Tijdens het wandelen van diverse routes werden libellen en dagvlinders geteld.

De populatie dagvlinders groeide vorig jaar iets, maar ligt nog steeds onder het gemiddelde van de laatste vijftien jaar. Van dertig soorten vlinders die werden gezien, ging het aantal achteruit. Elf soorten konden vlinders bijtellen en vier soorten bleven stabiel.

Maastricht

Het bruin zandoogje en het kleine koolwitje werden het meest gezien. In Oost-Nederland en in het duingebied werden de meeste soorten gespot. Maastricht bleek de winnaar met 28 verschillende soorten vlinders.

In totaal werden 53 soorten libellen en 59 soorten dagvlinders gespot. Nederland telt 109 soorten dagvlinders en 70 soorten libellen.