WAGENINGEN - De eikenprocessierups vormt de grootste plaag in Nederland door veranderingen in het klimaat. Dat stelt onderzoeker Leen Moraal van Alterra, onderdeel van Wageningen Universiteit. De eikenprachtkever en de paardenkastanjemineermot maken zijn insectenplagen top-drie compleet.

De eikenprocessierups hoort thuis in warmere streken in Zuid- en Oost-Europa. Maar het diertje zorgt met zijn irriterende brandharen sinds de jaren negentig bij vlagen voor overlast in vooral Noord-Brabant, Limburg en Gelderland.

De komst van vreemde insecten en andere dieren is mede dankzij de Hollandse handelsgeest van alle tijden. Het verschil met enkele eeuwen geleden is dat ze hier nu kunnen overleven. "Vroeger kregen ze hier geen kans maar nu het klimaat gunstiger is, krijgen ze die kans wel", zei Moraal woensdag.

Ranglijst

Het Wageningse onderzoeksinstituut houdt sinds 1946 met behulp van gemeenten en natuurbeheerders als Staatsbosbeheer en Natuurmonumenten bij welke insecten voor plagen zorgen. Op grond van het aantal meldingen per soort per jaar stelt Alterra vervolgens een ranglijst samen.

De afgelopen twee decennia zijn het vaak andere, vreemde soorten die voor de grootste overlast zorgen. Deze verschuiving kwam ongeveer gelijktijdig met veranderingen in het klimaat op gang.

Overleven

Vooral de zachtere en nattere winters zorgen er volgens Alterra voor dat insecten, die als eitje overwinteren zoals de eikenprocessierups, beter overleven en sneller tot een plaag kunnen uitgroeien.

Naast warmere winters spelen volgens Moraal ook andere factoren een rol. Veel stikstof in de lucht laat bomen bijvoorbeeld sneller groeien. Voor bladetende rupsen is er zodoende meer en sneller voedsel voorradig. "Maar het klimaat is wel een heel belangrijke factor", voegt hij daaraan toe.

Conferentie

De effecten van veranderingen in het klimaat reiken verder dan de natuur alleen. Het ministerie van Landbouw houdt daarom op 14 september de Nationale LNV Klimaat Adaptiedag. Op deze conferentie wordt gesproken over hoe de Nederlandse natuur, het platteland, recreatie, landbouw en visserij zich kan voorbereiden op de verschuivingen.