DELFT - Vooral Nederlanders met een slechte conditie overschatten hun fitheid. Twee derde denkt dat ze fitter zijn dan ze in werkelijkheid zijn. Dat blijkt uit onderzoek dat TNO heeft gedaan bij ruim 1400 deelnemers aan de Nationale Gezondheidstest 2005.

Bleek de eigen inschatting van de fitheid geen betrouwbare graadmeter voor de conditie, ook de bestaande fitheidsnorm (drie maal per week twintig minuten intensief bewegen) was dat niet. Twee derde van de deelnemers aan de gezondheidstest voldeed niet aan de norm, maar was toch fit.

Omdat gangbare conditietests duur en tijdrovend zijn, worden deze in de doorsnee gezondheidszorg zelden uitgevoerd. De onderzoekers van TNO wilden daarom uitzoeken of er ook simpeler manieren waren om een goed beeld van de conditie te krijgen.

Gewicht

Maar behalve de eigen inschatting en de fitheidsnorm, bleek ook een derde mogelijke graadmeter niet betrouwbaar. De Body Mass Index (BMI), een maat voor overgewicht, bleek wel meer te zeggen over de fitheid, maar nog niet genoeg. Bijna 40 procent van de onderzochte deelnemers van de gezondheidstest was goed op gewicht, maar had toch een slechte conditie. Van de mensen die te zwaar waren, was 56 procent fit tot zeer fit.

Omdat de conditie een belangrijke graadmeter is voor de algemene gezondheid, blijft een betrouwbare conditietest noodzakelijk om gezondheidsrisico's vast te stellen, concludeert TNO.