NIJMEGEN - Meisjes zijn bezig aan een inhaalslag in het onderwijs. Ze blijven minder zitten dan jongens, studeren sneller en zijn hoger opgeleid. Dat blijkt uit een internationaal onderzoek naar schoolloopbanen in een aantal westerse landen dat onderzoeksinstituut ITS van de Radboud Universiteit Nijmegen heeft uitgevoerd.

Het instituut wilde wel eens weten wat er waar is van de verhalen dat jongens, die vroeger haantje-de-voorste waren, nu de zorgenkindjes in de schoolbanken zijn. In rekenen, wiskunde en natuurwetenschappen zijn ze nog wel beter, maar meisjes scoren veel hoger op taal en lezen.

Diploma

Meer mensen nemen in westerse landen deel aan het hoger onderwijs en minder scholieren haken af voordat ze een diploma hebben. Dit gestegen onderwijsniveau moet meer op het conto van vrouwen dan van mannen geschreven worden, stelt ITS. In de meeste onderzochte landen hadden meer vrouwen tussen de 25 en 34 jaar een diploma in het hoger onderwijs dan mannen. In Nederland is dit verschil 3 procent.

Ook zitten er minder meisjes in het speciaal onderwijs en zijn er minder vrouwelijke voortijdige schoolverlaters. In Nederland lopen jongens meer vertraging op in het voortgezet en middelbaar beroepsonderwijs. In het hoger onderwijs studeren ze minder snel af dan vrouwen.

Bètavakken

De onderzoekers van ITS stellen vast dat het niet langer het geslacht is dat verschillen in onderwijsprestaties bepaalt, maar veeleer het inkomen en de afkomst. Alleen in studiekeuze blijft er een hardnekkige scheiding der seksen bestaan: jongens kiezen voor richtingen als bèta en techniek en economie, meisjes gaan voor zorg en welzijn, talen en onderwijs. Vooral in Nederland is de vrouwelijke belangstelling voor bètavakken zeer gering.