OSLO - Op Spitsbergen wordt begonnen met de bouw van een zadenbank, een soort Ark van Noach waarmee wetenschappers de gewassen van de wereld willen gaan redden. De premiers van Noorwegen, Zweden, Finland, Denemarken en IJsland wonen maandag het startsein van het project bij.

Het is de bedoeling dat in een diepvrieskluis bij de Noordpool uiteindelijk de zaden van alle gewassen worden bewaard. Na catastrofes of andere problemen kan de mensheid dan teruggrijpen op de zadenbank. De vijf Noord-Europese landen werken samen met een internationale stichting die zich inzet voor de soorten rijkdom van gewassen, de Global Crop Diversity Trust.

De kluis komt in een berg op het eiland Spitsbergen (Svalbard) bij de Noordpool. Samen met het ijs moeten ijsberen de onderaardse bewaarplaats beschermen. De kluis voor na de 'Dag des Oordeels' krijgt een capaciteit van drie miljoen monsters. Het grote voordeel van de locatie is dat de zaden bevroren blijven als de elektriciteit uitvalt.

Volgens deskundigen blijven de meeste zaden van de belangrijkste gewassen onder dergelijke omstandigheden honderden jaren goed. Sommige zaden, zoals graankorrels, zouden duizenden jaren kunnen overleven. Een deel van de monsters komt in zogenoemde zwarte dozen, die pas mogen worden geopend als alle andere zaden zijn vernietigd of opgebruikt.

De zadenbank in het noorden maakt deel uit van een wereldwijde strategie om de voedselvoorzienig veilig te stellen, van de tropen tot de hoogste regionen. Volgens de Trust vormen niet alleen nucleaire rampen of natuurcatastrofes een bedreiging voor de soortenrijkdom. Ook plantenziektes, klimaatveranderingen en mismanagement kunnen leiden tot het verdwijnen van gewassen.