DEN BOSCH - Kijkend naar oude familiefoto's voelde iedereen het al aan. Nu bestaat er ook wetenschappelijk bewijs: De oudere generaties hadden het zwaarder dan de huidige. Dit blijkt uit onderzoek van SEO Economisch Onderzoek in opdracht van de ouderenorganisatie Unie KBO.

"Mensen geboren in 1915 werkten 38 procent van het aantal uur dat ze in hun leven zouden kunnen werken. Babyboomers besteden 32 procent van hun leven aan betaald en huishoudelijk werk. Hun kinderen werken naar verwachting nog maar 30 procent van hun leven", aldus de onderzoekers.

Volgens SEO slijten alle generaties ongeveer evenveel uren op het werk en in de huishouding, namelijk een grove 110.000 uur. Maar omdat de jongere generaties langer leven, brengen zij een minder groot deel van hun leven werkend door dan de ouderen.

Mythe

Volgens een woordvoerder van de Unie KBO ontkracht het onderzoek de mythe dat mensen die vlak na de Tweede Wereldoorlog zijn geboren, de babyboomers, in hun leven veel minder zullen werken dan eerdere en latere generaties. Overigens maken de onderzoekers voor hen en de jongeren gebruik van schattingen over hoeveel uur zij gaan werken.

Uit het onderzoek blijkt verder dat het aandeel betaald werk en huishoudelijk werk door mannen en vrouwen elkaar de afgelopen decennia redelijk goed in evenwicht hield. Mannen gingen minder bij de baas werken en meer in het huishouden, bij vrouwen was dat net andersom. Wel hebben mannen het altijd beter gehad dan vrouwen.

"Vrouwen van de generatie 1930 werkten gedurende hun leven 16 procent meer uren dan hun mannelijke generatiegenoten. Voor het cohort 1950 was het verschil toegenomen tot 24 procent", aldus de onderzoekers. De laatste jaren trekt het verschil enigszins bij. Vrouwen geboren in 1980 zullen in hun hele leven naar verwachting 8 procent meer uren werken dan mannen van dezelfde leeftijd.