VOORBURG - Het aantal honderdplussers is afgelopen jaar licht gedaald. Op 1 januari 2006 telde Nederland 1374 Nederlanders van honderd jaar of ouder. Een jaar eerder waren dat er nog 1381.

Slechts een op de zeven honderdplussers is een man. Ongeveer een kwart woont nog zelfstandig, doorgaans als alleenstaande. Dat blijkt maandag uit een publicatie van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

Halverwege de vorige eeuw waren er maar ongeveer veertig Nederlanders van honderd jaar en ouder. Vanaf 1960 verdubbelde die groep ieder decennium, rond 1990 vertraagde die toename door een verhoogd sterfterisico van mannen in de periode eind jaren zestig tot begin jaren tachtig. Hierdoor nam het aantal 'kandidaat-honderdplussers' minder snel toe.

Sterfterisico's

Door de geringe groei van het aantal inwoners tussen de 95 en 100 jaar zal ook het aantal honderdplussers de komende jaren naar verwachting maar weinig toenemen. De sterfterisico's op de allerhoogste leeftijden veranderen nauwelijks.

Van de huidige honderplussers is bijna de helft honderd jaar, een derde is 101 jaar. Mannen zijn vrijwel altijd getrouwd geweest en 14 procent is nog steeds gehuwd. 12 Procent van hun vrouwelijke leeftijdsgenoten is nooit getrouwd geweest.