ROTTERDAM - Vaders die tijdens de zwangerschap van hun kind depressieve klachten hadden, krijgen vaker een huilbaby. Daar komt nog eens bij dat vooral zoontjes van depressieve vaders zes maanden na hun geboorte vaker angstig zijn. Dat concludeert Mijke van den Berg, psychiater van het Erasmus Medisch Centrum in Rotterdam in een proefschrift waarop ze woensdag promoveert.

Van den Berg heeft in haar onderzoek geen relatie aangetroffen tussen de depressieve problemen van de vader en angstklachten bij hun dochters. Volgens het Erasmus Medisch Centrum is het voor het eerst in de geschiedenis dat de invloed van de vader op het ongeboren kind is onderzocht.

De arts onderzocht bij haar onderzoek vaders die voor de zwangerschap al psychiatrische klachten hadden. Het is al langer bekend dat psychiatrische klachten van de moeder een rol spelen bij de ontwikkeling van het ongeboren kind.

Psychiater Van den Berg noemt een aantal mogelijke verklaringen voor het effect van de klachten van de vaders op de kinderen. Vaders kunnen met hun klachten de psyche van de moeders beïnvloeden, die de verschijnselen vervolgens weer doorgeven aan hun ongeboren kind.

Laag inkomen

Het zou volgens de promovenda ook zo kunnen zijn dat het gezin, door de problemen van de vader, meer maatschappelijke problemen heeft zoals een laag inkomen of slechte huisvesting. Deze problemen zouden op hun beurt weer impact kunnen hebben op de psychische gesteldheid van de moeder, die de problemen vervolgens doorgeeft aan haar ongeboren kind.

Een derde verklaring zou volgens Van den Berg kunnen zijn dat de kinderen de verschijnselen genetisch van hun vader hebben meegekregen. Van den Berg pleit voor verder onderzoek naar de invloed van vaders op de ongeboren kinderen.