UTRECHT - Voor de veronderstelling dat kinderen en partners van iemand met een oorlogstrauma dat kunnen overnemen, bestaat geen wetenschappelijk bewijs. Dat stelt psychiater Arend Veeninga in het Maandblad Geestelijke volksgezondheid, dat zaterdag uitkomt.

Familieleden noemen wel eens dezelfde klachten als mensen die zelf traumatische oorlogservaringen hebben zoals angst, slapeloosheid en zelfs herbeleving. Uit vergelijking van talrijke onderzoeken is Veeninga gebleken dat studies die het bestaan van 'secundaire traumatisering' veronderstellen, niet betrouwbaar zijn.

Oorlogservaringen

Zo bleek in één ervan 66 procent van de onderzochte partners van getroffenen uit de Tweede Wereldoorlog ook zelf ingrijpende oorlogservaringen te hebben. Veeninga erkent dat veel partners en kinderen van oorlogsslachtoffers problemen hebben. De psychiater vermoedt dat dat komt door agressief gedrag of aanhoudend zwijgen van iemand met een oorlogstrauma.