AMSTERDAM - De vondst van een fossiele slang met twee pootjes die zo'n negentig miljoen jaar geleden in Patagonië moet hebben geleefd doet vermoeden dat slangen zich hebben ontwikkeld op het land en niet in het water.

Hoewel men er algemeen vanuit gaat dat slangen zijn ontstaan uit hagedissen die van lieverlee hun poten kwijtraakten, was het een open vraag waar die ontwikkeling zich heeft voltrokken.

Het versteende beestje, dat hooguit negentig centimeter lang kan zijn geweest, is de eerst bekende slang met een heiligbeen (os sacrum), het driehoekig deel van de wervelkolom die het bekken ondersteunt. Omdat dit been in de evolutie van hagedis naar slang verloren is gegaan nemen de onderzoekers aan met de meest primitieve vorm van de slang van doen te hebben.

Anatomie

Dat het dier op het land leefde concludeert men zowel uit zijn anatomie, die wijst op een verblijf in kuilen in de grond, als op de vindplaats. Het gesteente waarin de fossiele resten werden gevonden was afkomstig uit een landmilieu.

Volgens Husam Zaher van de universiteit van Sao Paulo in Brazilië, die de vondst beschrijft in het tijdschrift Nature dat donderdag uitkomt, bewoog het dier zich al helemaal als een slang en werden de twee achterpoten slechts bij uitzondering gebruikt.

Naam

De primitieve slang heeft de naam Najash Rionegrina gekregen, naar een Hebreeuws woord voor slang en de Argentijnse provincie Rio Negro waar het fossiel werd gevonden.