ROTTERDAM - Katteneigenaren moeten hun dieren binnenhouden in gebieden waar de vogelgriep is geconstateerd. Dat adviseren viroloog Ab Osterhaus van het Erasmus Medisch Centrum in Rotterdam en wetenschapper Peter Roeder van de voedsel- en landbouworganisatie van de Verenigde Naties (FAO) in het tijdschrift Nature dat donderdag verschijnt.

De mogelijke rol van katachtigen bij het verspreiden van de ziekte wordt volgens de onderzoekers onderschat. Officiële richtlijnen moeten daar rekening mee houden, vinden ze.

Nu al zijn gevallen bekend van katten die het H5N1-virus hebben opgelopen. Uit laboratoriumtesten blijkt dat ze de ziekte kunnen overdragen aan soortgenoten, maar onduidelijk is nog of ze mensen of pluimvee kunnen besmetten met het virus.

Uitwerpselen

De wetenschappers waarschuwen dat katten uit de buurt moeten worden gehouden van geïnfecteerde vogels en hun uitwerpselen. Indien mogelijk moeten katten worden binnengehouden in gebieden waar de vogelgriep is geconstateerd.

Sommige deskundigen menen dat het te vroeg is om aan te raden katten in besmette gebieden binnen te houden, maar het Europese Centrum voor Ziektepreventie en -bestrijding, een organisatie van de Europese Unie, meent dat het verstandig is katten die binnen een straal van tien kilometer van een besmettingshaard leven, niet naar buiten te laten.