'Mysterie rond bevervoortplanting opgelost'

AMSTERDAM - De trage voortplanting van bevers in natuurgebied de Biesbosch is te wijten aan klimaatsveranderingen en stress. Volgens het Nederlands Instituut voor Ecologie is hiermee na twintig jaar een verklaring gevonden voor de trage voortplanting van de dieren. De uitkomsten staan komende maandag in het tijdschrift Zoogdier.

In 1988 kwamen de bevers vanuit het Duitse Elbegebied naar de Biesbosch. Voor het eerst sinds de uitsterving in 1826 waren de knaagdieren weer terug in Nederland. Lang was de theorie achter het lage aantal bevergeboortes na deze verhuizing dat sterke vervuiling door zware metalen in de Biesbosch de oorzaak was.

Bladeren

Deze theorie zou nu door de onderzoekers van tafel zijn geveegd. De bevers kwamen in 1988 vanuit een gematigder klimaat naar Nederland. Hier begonnen de lentes juist vroeger te vallen dan voorheen. Daardoor vielen de bladeren van wilgenbomen eerder dan gebruikelijk.

In de bladeren zit veel fosfor. Deze stof hebben zwangere bevers nodig om gezonde jongen ter wereld te brengen. Door het vroege vallen kwamen de bevers in de laatste maand van hun zwangerschap fosfor te kort. Tezamen met de stress waar de knaagdieren na hun verhuizing onder leden heeft dat het lage voortplantingsniveau veroorzaakt, stellen de onderzoekers.

Geduld

De laatste jaren krijgen de bevers weer een 'normaal' aantal jongen: 1,25 jong per paar per jaar. Volgens het onderzoeksinstituut is de belangrijkste les 'dat je geduld moet hebben'. Wanneer vroeger uitgestorven dieren terugkeren in een land, kost het volgens de onderzoeker even tijd voordat zij hun normale leven oppakken.

Vorige maand meldde Staatsbosbeheer dat de bever in Nederland bezig is aan een opmars en zich over een steeds groter gebied verspreidt.

Dagelijkse nieuwsbrief

Dagelijkse nieuwsbrief
Elke ochtend rond 6.00 uur weten wat het nieuws wordt?
Tip de redactie