AMSTERDAM - De methode van het strippen om een bevalling op te wekken, zorgt niet voor extra complicaties. Wel bevordert het de kans op een spontane bevalling en verlaagt het de kans op een heel late bevalling, op of na de 42e week. Tegenstanders van de methode wezen altijd op de bijwerkingen, ook was nog niet duidelijk aangetoond of het werkte.

Strippen betekent dat een verloskundige met de handen de vliezen van de baarmoedermond loswoelt. Hierdoor komen stoffen vrij die de bevalling opwekken. De methode is al eeuwenoud, maar is altijd omstreden gebleven.

Epidemiologen van het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC) en verloskundigen van het Academisch Medisch Centrum (AMC) in Amsterdam deden onderzoek naar de methode. Ze publiceerden erover in een artikel dat verscheen in de internetversie van het British Journal of Obstetrics en Gynaecology.

Vroege start

Van de 750 hoogzwangere vrouwen die meewerkten werd de helft gestript na 41 weken zwangerschap. "Er zijn wel complicaties, maar die komen evenveel voor bij vrouwen die gestript worden als bij vrouwen bij wie dat niet gebeurt", zegt de Amsterdamse verloskundige E. de Miranda, die het onderzoek leidde. De bijwerkingen betreffen een te vroege start van de weeën, infecties of bloedverlies.

Het onderzoek van De Miranda en haar collega's laat zien dat de kans op een zwangerschap van 42 weken of langer met 43 procent afneemt door het strippen. Ook neemt de kans op het aantal spontane baringen toe met 25 procent.

Risico's

Het strippen is vaker onderzocht, maar dit is volgens De Miranda de eerste keer dat alleen zwangere vrouwen meededen die niet vanwege verhoogde risico's in een ziekenhuis bij een specialist waren beland. Het onderzoek werd volledig uitgevoerd in verloskundige praktijken. Ook keken eerdere onderzoeken soms naar vrouwen die tussen week 38 en week 41 gestript werden, maar eigenlijk is dat te vroeg omdat er dan nog genoeg tijd is om de bevalling af te wachten.