AMSTERDAM - Wetenschappers uit Stockholm en Hong Kong menen dat chemotherapie nuttig zou kunnen zijn bij de bestrijding van de menselijke variant van het vogelgriepvirus. Dat schrijft het Britse medische tijdschrift The Lancet.

De wetenschappers ontdekten dat er veel overeenkomsten zijn tussen patiënten met de zeldzame stoornis HLH en mensen die besmet zijn met vogelgriep. Patiënten met HLH produceren teveel witte bloedcellen. Ook mensen die met vogelgriep besmet zijn hebben last van dit symptoom. Mensen met HLH (haemophagocytic lymphohistiocytosis) worden vaak met chemotherapie behandeld.

Onderzoeker Jan-Inge Henter benadrukt dat chemotherapie nog niet is getest op mensen met vogelgriep, maar dat het gaat om een theorie. "Aangezien het sterftecijfer onder H5N1-geïnfecteerden erg hoog is, en het virus een pandemie zou kunnen veroorzaken, is het belangrijk om naar nieuwe behandelmethoden te zoeken", aldus Henter.

Het vogelgriepvirus heeft sinds 2003 het leven gekost aan 94 mensen. Gezondheidsexperts zijn bang dat het virus muteert en ook van mens op mens gaat overspringen. In dat geval zouden miljoenen mensen aan de vogelgriep kunnen overlijden.