RIJSWIJK - Steltlopers en lepelaars zijn de eerste trekvogelsoorten die dadelijk hun snavel in Nederland laten zien. Maar het gevaar voor vogelgriep komt van drie eendsoorten die iets later komen: slobeend, zomertaling en pijlstaart. Dat zegt deskundige Hans Peeters van Vogelbescherming Nederland.

De drie eendsoorten overwinteren in het noorden van Afrika maar ook in zuidelijker streken als de Sahel-zone en Nigeria. In laatstgenoemde land zijn op diverse plaatsen zieke vogels ontdekt. De zomertaling, slobeend en pijlstaart komen doorgaans eind februari, begin maart in Nederland.

Ophokplicht

Volgens Peeters is het echter verstandig dat op 20 februari reeds de ophokplicht ingaat. "Het is niet zo dat er in Afrika een startschot wordt gegeven en dat alle vogels tegelijk vertrekken," aldus de deskundige. "Het hangt van de omstandigheden af wanneer de eerste vogels hier zijn."

Volgens Peeters is het risico niet denkbeeldig dat de vogels de griep in Nederland verspreiden. De eenden kunnen het virus bij zich dragen, zonder zelf ziek te worden. Ze zijn dus ondanks de besmetting sterk genoeg om hun toch te volbrengen.

De zomertaling broedt niet in Nederland maar trekt door. De twee andere soorten leggen wel eieren in Nederland.