DOKKUM - In de terp waarop het Friese dorpje Oostrum is gebouwd, zijn resten van een nederzetting uit de zogenaamde Trechterbekercultuur gevonden. De gevonden nederzetting dateert van 3400 tot 2850 voor Christus. Dat heeft de gemeente Dongeradeel maandagochtend in het gemeentehuis in Dokkum bekendgemaakt.

De vondst bestaat uit honderden scherven aardewerk, versleten vuurstenen, stenen werktuigen en afval van de bewerking van vuurstenen. Volgens de gemeente zijn de vondsten bijzonder omdat er weinig kennis is over de woonplaatsen van Trechterbekercultuur.

"We kennen de mensen uit de Trechterbekercultuur vooral van hun begraafplaatsen, de hunebedden. Maar we weten weinig van hun woonplaatsen", aldus een zegsman van de Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek (ROB).

Trechterbekercultuur

De Trechterbekercultuuris een verzamelnaam voor een groot aantal verwante gemeenschappen uit de Nieuwe Steentijd, levend in zuidelijk Scandinavië en het noorden van het Europese vasteland, van Nederland tot in de Oekraïne. De gemeenschappen ontlenen hun naam aan de trechterbekers waar iedereen in het gebied uit dronk.

De Nederlandse tak van deze cultuur, de Westgroep, leefde vooral in Groningen en Drenthe en stond in nauw contact met de hedendaagse Duitse deelstaat Sleeswijk-Holstein, zo meldt de Radboud Universiteit Nijmegen op haar website.

De overblijfselen in Noordoost-Friesland werden gevonden voorafgaand aan de bouw van een huis in Oostrum. Volgens de woordvoerder van de ROB komen de vondsten waarschijnlijk in een provinciaal depot terecht "want ze hebben vooral een archeologische waarde en geen museale".