LONDON - Het is waarschijnlijk dat Vikingstrijders diepe groeven in hun tanden vijlden om hun klasse of militaire rang aan te duiden. Dat blijkt uit een Zweeds onderzoek dat het Britse tijdschrift New Scientist zaterdag publiceert. De Zweedse monumentendienst analyseerde 557 skeletten van vier belangrijke begraafplaatsen uit de Vikingtijd.

De onderzoekster Caroline Arcini concludeerde dat 10 procent van de mannen horizontale groeven op hun voortanden hadden. De tekens waren diep in het glazuur gekrast en leken nauwkeurig te zijn aangebracht. Volgens Arcini wilden ze met deze groeven mogelijk aangeven dat ze bij een bepaalde groep handelaren of strijders hoorden, of hoe goed zij pijn konden weerstaan.

Het is de eerste keer dat archeologische vondsten duiden op een dergelijk gebruik in Europa. In Amerika was het tussen 800 en 1050 een gewoon verschijnsel. Omdat de onderzochte skeletten uit dezelfde tijd stammen, is het mogelijk dat de Vikingen het gebruik oppikten tijdens hun reizen.