AMSTERDAM - Nederlandse en Amerikaanse sterrenkundigen hebben aan de hemel acht nieuwe Einstein-ringen gevonden. Dat zijn sterrenstelsels die licht van nog verder in het heelal om zich heen buigen zodat wij een ring van licht zien. De astronomen vonden de ringen met de geautomatiseerde Sloan Digital Sky Survey en de Hubble-telescoop. Dat schrijft Kennislink.

Léon Koopmans (RU Groningen) en Adam Bolton (Harvard) hebben negentien nieuwe zwaartekrachtlenzen opgespoord. Einstein's relativiteitstheorie voorspelt dat de zwaartekracht van een sterrenstelsel licht uit het verre heelal kan afbuigen zoals een glazen lens. Als de lichtbron, lens en aarde op een rechte lijn staan, zien sterrenkundigen een ring van licht om de lens. Bolton en Koopmans publiceren over hun vondst in een reeks artikelen in het Astrophysical Journal van februari 2006.

Einstein-ringen heten zo naar hun bedenker, Albert Einstein. Zijn Algemene Relativiteitstheorie (1915) beschrijft hoe extreme zwaartekracht het weefsel van ruimte-tijd vervormt. Licht mag dan massaloos zijn, maar in Einstein's theorie kan zwaartekracht het maar al te makkelijk afbuigen. Zwarte gaten en de mildere zwaartekrachtlenzen doen niet anders.

Als licht uit het verre heelal langs een zwaar sterrenstelsel tussen de aarde en de bron scheert, verandert het iets van richting. Een lens in een telescoop doet niet anders. Einstein dacht zelf dat het effect nooit waargenomen zou worden, omdat de kans op het vormen van deze lenzen heel erg klein is.

In de loop der jaren zijn honderden zwaartekrachtslenzen gevonden; het aantal Einstein-ringen staat nu op 11.