NIJMEGEN - Als de eerste liefde van een jongvolwassene goed verloopt, is de kans relatief groot dat het in de rest van het leven ook goed gaat met romantische relaties. Heeft de eerste serieuze verkering echter een ongelukkiger verloop, dan is de kans niet gering dat het tobben blijft met de liefde.

Dat blijkt uit onderzoek, dat de Nijmeegse psycholoog dr. G. Overbeek heeft gedaan naar de ontwikkeling van romantische relaties. Hij is, zegt hij, niet verrast over de voorspellende waarde die het verloop van de eerste liefde blijkt te hebben voor romantiek op latere leeftijd. Overbeek is een van de weinige wetenschappers die zich al eerder verdiepte in de romantiek van het leven.

"Gek genoeg is het belang van romantische relaties onder jonge mensen een beetje een ondergeschoven kindje in het wetenschappelijk onderzoek. Er zijn heel veel gegevens over de waarde van vriendschappen en familiebanden, maar over verkering is veel minder bekend. Dat is vreemd, want onder de doelgroep zelf is het hebben van een vriendje of vriendinnetje en alle verwikkelingen van dien onderwerp nummer één", zegt Overbeek.

Overbeek vond tevens dat de verhouding van opgroeiende jongeren met hun ouders belangrijk is voor de ontwikkeling van romantische relaties op oudere leeftijd. Wie het als adolescent van ongeveer 15 tot 18 jaar redelijk goed kan vinden met zijn ouders, met hen kan praten en conflicten kan hanteren, is goed uitgerust voor het aangaan van intieme banden met een vriend of vriendin. Maar als het tussen ouders en kind op die leeftijd niet goed gaat, is er een gerede kans dat de jongere later met sociaal-emotionele problemen zoals depressie, stress en verbroken relaties te maken krijgt.

Anders dan tot nu toe vaak wordt aangenomen, zegt Overbeek, heeft een slechte relatie tussen ouders en kinderen op jonge leeftijd geen overheersende invloed. "Als het in de jonge kinderjaren thuis niet zo goed loopt tussen ouders en kinderen, hoeft dat geen blijvende schade op te leveren. Het blijkt dat zich dat kan herstellen als de opgroeiende jongere later alsnog een prettig contact met zijn ouders heeft. De ouder-kindrelatie in de tienerjaren is wat dat betreft erg bepalend voor het latere levensgeluk", aldus de Nijmeegse psycholoog.

Overbeek presenteert zijn onderzoeksresultaten donderdag op het nationale Gezinssymposium aan de Radboud Universiteit in Nijmegen. Op dat tweedaagse symposium staat de leefwereld van kinderen en jongeren centraal. Wetenschappers uit het hele land presenteren nieuwe bevindingen.