Mensen die een geslachtsverandering hebben ondergaan, lopen gemiddeld dubbel zo veel risico om vroegtijdig te overlijden, schrijft Trouw vrijdag op basis van onderzoek van het Amsterdam UMC. Dat is niet alleen terug te voeren op een verhoogd risico op hart- en vaataandoeningen, hiv-gerelateerde ziekten en longkanker maar ook niet-natuurlijke doodsoorzaken als zelfdoding, blijkt uit het onderzoek.

De studie is uitgevoerd door de genderkliniek van het Amsterdam UMC, veruit de grootste van het land. In de afgelopen vijf decennia zijn in deze kliniek bijna negenduizend mensen behandeld, van wie iets meer dan de helft onderzocht is. Deze groep is groot genoeg om te kijken wat de gezondheidseffecten van geslachtsverandering op de lange termijn zijn, met name die van de hormoonbehandelingen. Die lijken verwaarloosbaar.

Mensen die geslachtsveranderende ingrepen ondergingen, bleken in het geval van man naar vrouw in de onderzochte periode een twee keer zo grote kans op vroegtijdig overlijden te lopen als de gemiddelde man, en een drie keer zo grote kans als de gemiddelde vrouw.

Mensen die als vrouw geboren zijn en later man werden, bleken een twee keer zo grote kans op vroegtijdig overlijden te lopen als de gemiddelde vrouw, maar verschil met de gemiddelde man was er niet. De onderzoekers wijzen vooral naar niet-natuurlijke doodsoorzaken, zelfdoding in het bijzonder, als oorzaak van de hogere kans op sterfte.

In de afgelopen jaren is het risico op bijvoorbeeld hiv kleiner geworden door betere behandeling. Ook het risico op zelfdoding bij transgender personen is kleiner, als gevolg van betere acceptatie van geslachtsverandering. Toch blijft het overlijdensrisico over de hele linie gelijk; namelijk tweemaal groter dan onder de bevolking als geheel.

Voor een verdere verbetering van de overlevingskansen van transgenders moet er volgens de onderzoekers meer aandacht komen voor de psychische gezondheid, zodat onder meer overmatig alcoholgebruik vermeden kan worden.