Onderzoekers hebben na drie jaar onderzoek geconcludeerd dat 64.000 jaar oude rotstekeningen in Spaanse grotten door neanderthalers zijn gemaakt. Ze bevestigen hiermee de hypothese dat de uitgestorven mensensoort in staat was om kunst te maken.

Onderzoekers constateerden in 2018 dat neanderthalers cognitief ongeveer op hetzelfde niveau zaten als de mens. Ze schreven de rotstekeningen toe aan neanderthalers, omdat de afbeeldingen veel eerder waren gemaakt dan het moment waarop de moderne mens - zo'n 20.000 jaar later - zijn intrede deed in Europa.

In het nieuwe onderzoek bogen de wetenschappers zich allereerst over de samenstelling van de rode pigmenten die in 2018 in de Spaanse grot Cueva de Ardales als mogelijke neanderthalerkunst werden bestempeld, schrijft Scientias. Ook keken ze naar de plaatsing van de pigmenten, die zich voornamelijk op stalagmieten (druipsteen op de bodem van een grot) bevinden.

Zowel de samenstelling van de pigmenten als de plaatsing ervan wijzen er volgens de onderzoekers op dat deze niet het resultaat zijn van natuurlijke processen. In plaats daarvan lijken de pigmenten op de stalagmieten te zijn geblazen of gespat.

Verder wijst het onderzoek ook uit dat neanderthalers hier herhaaldelijk met pigmenten aan de slag gingen. Naast de pigmenten die meer dan 65.500 jaar geleden op de stalagmieten werden geblazen of gespat, troffen de onderzoekers ook pigmenten aan die tussen 45.300 en 48.700 jaar geleden waren aangebracht. Het toont volgens de onderzoekers aan dat de grot en tekeningen gedurende langere tijd een symbolische waarde voor de neanderthalers hadden.

Volgens het onderzoek uit 2021 gaat het niet om kunst in enge zin, waarbij iets moois wordt gemaakt om bepaalde gevoelens uit te drukken. In plaats daarvan lijken de tekeningen vooral bedoeld om aan te duiden dat deze ruimte een symbolische waarde voor de neanderthalers had. De tekeningen zijn dus eigenlijk een soort markeringen.