Wetenschappers hebben voor het eerst waargenomen hoe een zwart gat een neutronenster opslokt. De botsing tussen de twee kosmische zwaargewichten heeft tot grote opwinding bij astronomen geleid.

Sterrenkundigen voorspelden al dat botsingen tussen zwarte gaten en neutronensterren voorkomen in het heelal, maar nu lijkt er ook bewijs te zijn voor deze theorie. De bevindingen zijn dinsdag gepubliceerd in het wetenschappelijke vakblad Astrophysical Journal.

Het was meteen twee keer raak in korte tijd. Bij de eerste botsing, die op 5 januari 2020 werd gedetecteerd, klapte een zwart gat van 6,5 keer de massa van onze zon op een neutronenster die 1,5 keer zwaarder was dan onze moederster.

Bij de tweede botsing, die tien dagen later werd opgepikt, smolt een zwart gat van tien zonnemassa's samen met een neutronenster van twee keer de zwaarte van de zon.

De botsingen vonden op ongeveer 900 miljoen lichtjaar en een miljard lichtjaar van de aarde plaats, nog ver voor het ontstaan van de eerste dinosaurussen. De botsingen gebeurden zo diep in het heelal dat wetenschappers die nu pas konden waarnemen.

Over wat voor objecten hebben we het?

  • Een zwart gat is een object in de ruimte waar de zwaartekracht zo sterk is dat niets kan ontsnappen, zelfs licht niet. Een zwart gat ontstaat wanneer een ster aan het eind van zijn leven ontploft en de resten imploderen.
  • Wanneer sterren die iets minder zwaar zijn sterven, exploderen ze in een supernova. Neutronensterren zijn de compacte restanten van een supernova.

Zwaartekrachtgolven verraden botsing

Astronomen hebben de botsingen niet kunnen zien. Maar wanneer zulke zware objecten botsen, zorgt dat voor rimpelingen die door het heelal reizen. Dit worden zwaartekrachtgolven genoemd. Die zijn te vergelijken met de rimpelingen in het water als een steen in een vijver valt. Het zijn deze zwaartekrachtgolven die sterrenkundigen hebben opgepikt.

Albert Einstein voorspelde het bestaan van zwaartekrachtgolven al in zijn algemene relativiteitstheorie in 1916. Toch slaagden onderzoekers er pas in 2015 in om de rimpelingen in de ruimtetijd te detecteren.

Aan de hand van de nieuwe waarnemingen kunnen wetenschappers bepalen of zij de bestaande ideeën over hoe sterren en sterrenstelsels zijn ontstaan misschien moeten herzien.