Bij archeologisch onderzoek in het Gelderse Angeren zijn op één locatie niet alleen resten opgegraven van jagers en verzamelaars, maar ook van de eerste landbouwers. Deze "unieke sporen" zijn gevonden tijdens de voorbereidingen op de doortrekking van de A15 van knooppunt Ressen naar de A12, meldt Rijkswaterstaat vrijdag.

"Het is zelden dat resten van beide samenlevingsvormen gevonden worden op een plek", schrijft Rijkswaterstaat. "De opgraving geeft nieuwe, bijzondere inzichten over hoe mensen zich op één plek gingen vestigen en agrariër werden."

Het agentschap wijst erop dat er weinig bekend is over de periode waarin jagers en verzamelaars overstapten van een nomadisch bestaan naar een leven op een vaste plek met landbouw en veeteelt. Door de vondst in Angeren, een dorp in de gemeente Lingewaard, kunnen archeologen daar verder onderzoek naar doen.

De gevonden voorwerpen zijn ongeveer zevenduizend jaar oud. Het gaat om onder meer vuurstenen, wrijfstenen om graan en zaden te malen en stukjes aardewerk van potten en pannen. De resten zijn opgegraven op een plek waar ooit een zijarm van de Rijn te vinden was.

De eerste bewoners woonden aan de oevers, zegt René Isarin, archeoloog bij Rijkswaterstaat. "Zij profiteerden van twee landschappen: een hoog en droog gebied met een voorraad aan noten, fruit, zaden, wortels en mogelijkheden voor akkers, en een nat gebied met vers water, vis en andere waterdieren. En niet te vergeten: mogelijkheden voor transport."

Rijkswaterstaat voert onder meer in Angeren voorbereidende onderzoeken uit vanwege de geplande doortrekking van de A15 en de verbreding van de A12 en A15. Hierbij werd twee jaar geleden iets ten zuidwesten van Angeren, in de plaats Bemmel, een Romeins grafveld gevonden.