Wetenschappers hebben onomstotelijk bewijs gevonden voor de aanwezigheid van water op de maan, meldt NASA maandag. Hoewel het gaat om zeer kleine hoeveelheden, rept de Amerikaanse ruimteorganisatie van een belangrijke ontdekking voor toekomstige (bemande) ruimtemissies. Nederlandse experts zeggen in gesprek met NU.nl dat NASA dat laatste echter behoorlijk aandikt.

Dat er water op de maan te vinden is, weten wetenschappers al langer. Zo bleken maanstenen, die meegenomen zijn door astronauten van het Apollo-programma in de jaren zestig en zeventig, sporen van water te bevatten en vonden maanonderzoekers twee jaar geleden bewijs voor de aanwezigheid van waterijs in diepe kraters op de polen van de maan.

NASA heeft de aanwezigheid van water op de maan nu ook voor het eerst met een infraroodtelescoop gemeten. De onderzoekers zeggen sterke aanwijzingen te hebben dat het om piepkleine deeltjes water gaat, die waarschijnlijk opgeslagen zijn in glas of tussen steenkorrels op het maanoppervlak die voorkomen dat het water verdampt door de zon.

Om tot hun bevindingen te komen, maakten de onderzoekers gebruik van een Boeing 747 van NASA uitgerust met een infraroodtelescoop. Deze vliegende telescoop, die zijn blik normaal gericht heeft op verre sterrenstelsels, detecteerde rond de zuidpool van de maan de aanwezigheid van H2O-moleculen, oftewel water. Het onderzoek is maandag gepubliceerd in het wetenschappelijke tijdschrift Nature Astronomy.

De Boeing 747SP van NASA. Het Stratospheric Observatory For Infrared Astronomy (SOFIA) heeft aan de zijkant een luik met daarin een infraroodtelescoop. Het vliegtuig kan hoog in de stratosfeer vliegen. (Foto: ANP)

'Astronauten zullen geen water uit korrels gaan halen'

Planetair geoloog Wim van Westrenen, die zelf onderzoek heeft gedaan naar maanwater, is niet erg onder de indruk van de onderzoeksresultaten. "Het gaat hier om watermoleculen in korrels maanzand, niet om bijvoorbeeld ijs."

Volgens Van Westrenen wil NASA de ontdekking heel graag koppelen aan het ruimteprogramma Artemis, waarmee de ruimtevaartorganisatie over vier jaar weer mensen, onder wie de eerste vrouw, op de maan wil zetten.

"Dat vind ik een politiek handige, maar wetenschappelijk zwakke link. Astronauten zullen geen watermoleculen gaan halen die opgesloten liggen in stukjes glas of tussen steenkorrels liggen. Ze zullen eerder flinke blokken ijs uit de schaduw van koude kraters op de maan halen."

Astronoom Rens Waters beaamt dat de ontdekte watermoleculen niet geschikt zijn voor toekomstige ruimtereizen. Sterker nog: "Je gaat geen druppel water uit deze stenen krijgen", zegt hij. Desondanks noemt hij de ontdekking "hartstikke leuk".

"Wetenschappelijk is het altijd boeiend als ergens in het zonnestelsel water gevonden wordt. Ook al gaat het nu om een heel klein beetje en is het maanoppervlak verder nog steeds hartstikke droog", aldus Waters.

Waarom de NASA voor het eerst in 50 jaar weer iemand op de maan zet
125
Waarom de NASA voor het eerst in 50 jaar weer iemand op de maan zet