Biologen hebben voor het eerst een amfibie gevonden die een giftige beet heeft. Wormsalamanders blijken in hun bovenkaak kliertjes te hebben, die waarschijnlijk gebruikt worden om gif in een slachtoffer te spuiten. Dat schrijven Amerikaanse en Braziliaanse biologen in het vakblad iScience.

De kliertjes knijpen samen wanneer de salamander in een prooi bijt, waarna een goedje in de wond wordt gespoten. Voor wormsalamanders zijn die prooien aardwormen, insectenlarven, kleine amfibieën en slangen. Het gif dient ook als een smeermiddel, zodat de prooi makkelijker gegeten kan worden.

Eerder werden al gifkliertjes gevonden in de staart van de wormsalamanders, dat als verdediging wordt gebruikt tegen jagers. Andere amfibieën, zoals sommige kikkers, hebben ook zulke systemen.

In het gif van de wormsalamander is een enzym ontdekt dat ook in het gif van bijen, wespen en slangen zit. Het enzym is actiever bij de wormsalamander dan bijvoorbeeld de ratelslang, maar dit hoeft nog niet te betekenen dat de wormsalamander giftiger is dan deze slangen.

Onderzoek op wormsalamanders is lastig, omdat de meeste van de 214 bekende soorten ondergronds leven in dichte bossen van Zuid-Amerika, Afrika en India. Het komt zelden voor dat biologen meer kunnen leren over deze amfibieën.

De kliertjes bij de tanden van wormsalamanders. (Foto: Carlos Jared, Butantan Institute)