Onderzoekers hebben bij Kaap Irizar in Antarctica meerdere resten gevonden van een pinguïnpopulatie. De resten leken vrij recent, maar sinds 1901 is er geen kolonie meer aanwezig geweest op dit deel van de zuidpool. Na verder onderzoek blijken de resten minimaal achthonderd jaar oud.

De "verse" resten zorgden voor veel verwarring onder biologen. De meeste van de resten waren botten of bevroren karkassen van de kuikens van adeliepinguïns.

Een wetenschapper vond de resten verspreid over de oppervlakte, evenals vlekken van uitwerpselen. Vooral dit laatste zou erop wijzen dat de locatie nog recent bewoond was, maar volgens gegevens van actieve populaties zou dat niet mogelijk zijn.

Ook werden heuveltjes van kiezelsteentjes gevonden in het gebied. Adeliepinguïns maken deze heuvels om hun eieren in te leggen. Deze heuvels zijn uitgegraven om nog meer materiaal van de pinguïns te kunnen verzamelen.

Analyse van de resten wees uit dat de gevonden sporen helemaal niet 'nieuw' zijn, maar al honderden jaren vastgevroren waren in ijs. Door de opwarming van het klimaat begint de sneeuw bij kaap Irizar weg te smelten en komen de sporen van oude pinguïnpopulaties naar de oppervlakte.

Doordat de resten zo lang onder het ijs hebben gezeten en nu pas naar boven komen, kunnen ze er nog uitzien als recent overleden pinguïns. Dit is volgens de auteurs van het onderzoek de enige verklaring om de verwarrende vondsten uit te leggen.