De Nederlandse Gebarentaal (NGT) staat volop in de belangstelling. Bij de persconferenties over coronamaatregelen staan premier Mark Rutte en minister Hugo de Jonge (Volksgezondheid) zij aan zij met een tolk gebarentaal. Afgelopen dinsdag opende Kamervoorzitter Khadija Arib het debat over de Wet erkenning Nederlandse Gebarentaal met een welkom in de NGT voor de dove bezoekers op de publieke tribune. De NGT is een taal met een eigen grammatica en woordenschat, sterk verbonden met de identiteit en de cultuur van de dovengemeenschap.

Kijk voor meer informatie op Wetenschap.nu

Waar mensen samenkomen, daar ontstaan talen. Wie niet kan horen, communiceert door middel van een visuele taal. Zo is de Nederlandse Gebarentaal (NGT) ontstaan. Dat gebeurde op natuurlijke wijze op plekken waar doven bij elkaar kwamen, bijvoorbeeld op dovenscholen in Nederland.

In 1960 stelde de Amerikaanse taalwetenschapper William Stokoe al vast dat gebarentalen volwaardige talen zijn, en wat betreft structuur vergelijkbaar zijn met gesproken talen. Mede door Stokoe kwamen onderzoeken naar de verschillende gebarentalen in verschillende dovengemeenschappen op gang. Zo is in 2008 een van de eerste online verzamelingen van gebarentaaluitingen opgezet in Nederland, het Corpus NGT.

Doven die voordat hun taalontwikkeling voltooid is, doof worden, of doof zijn geboren, noemen we prelinguaal doven of vroegdoven. Voor hen is de NGT een natuurlijke taal, want visuele communicatie is voor hen de enige taal die volledig toegankelijk is. Vroegtijdig taal aanbieden is heel belangrijk voor de ontwikkeling van kinderen, en voor dove kinderen is gebarentaal een logische keuze. Ook blijkt uit vele onderzoeken dat het leren van een gebarentaal het leren van geschreven talen niet in de weg zit. Die kennis kan juist een positief effect hebben op de leesvaardigheid.

Gebarentaal verboden op scholen

De Nederlandse Gebarentaal heeft in ons land lange tijd een minderwaardige status gehad. Door de geschiedenis heen was de taal zelfs verboden op scholen. De orale methode, ofwel de gesproken methode, zagen leerkrachten als de betere methode.

En nog steeds vinden sommigen NGT minderwaardig ten opzichte van het gesproken Nederlands. Zo geven veel organisaties die onderwijs en zorg leveren aan dove kinderen, prioriteit aan het leren van gesproken Nederlands. NGT wordt wel als alternatief aangeboden, maar alleen als het leren van gesproken Nederlands niet lukt of als opstapje voor het Nederlands.

Arcade in gebarentaal
186
Arcade in gebarentaal

Implantaten maken gesproken taal toegankelijker

In de afgelopen jaren is door zogenoemde cochleaire implantatie gesproken taal (gedeeltelijk) toegankelijk geworden voor mensen met gehoorproblemen. Steeds meer kinderen krijgen al jong zo'n hoorhulpmiddel, waardoor ouders en professionals de neiging hebben om vooral gesproken taal aan te bieden. Dit komt onder meer doordat iedereen zo veel mogelijk moet meedoen in de maatschappij.

Maar de beheersing van het Nederlands alleen is daarvoor niet voldoende. Zo is het belangrijk voor de identiteitsvorming van dove en slechthorende kinderen en jongeren om een taal aangeboden te krijgen die volledig toegankelijk is. Dit leidt tot zelfvertrouwen, een realistisch zelfbeeld en thuisgevoel in een gemeenschap die dezelfde taal deelt.

Het alfabet in de Nederlandse Gebarentaal. (Foto: Ruud Janssen/Vi-taal Den Haag)

Steeds meer mensen leren NGT

De Nederlandse Gebarentaal is in eerste instantie een taal die is ontstaan onder doven, maar inmiddels beheersen veel meer mensen NGT. Zo zijn er horende ouders van dove kinderen, horende kinderen van dove ouders, professionals, tolken en andere betrokkenen bij de dovengemeenschap die de taal gebruiken.

Hoewel een verbod op de Nederlandse Gebarentaal tot het verleden behoort, is een wettelijke erkenning van de NGT nodig. Die waarborgt het recht op gebruik ervan, bijvoorbeeld bij de notaris en bij de eedaflegging door ambtenaren. Daarmee krijgt de taal van de dovengemeenschap dezelfde status als het gesproken Nederlands of het Fries.

Kijk voor meer informatie op Wetenschap.nu