De levensloop van moderne mensen is heel anders dan die van onze naaste nog levende verwanten, chimpansees en bonobo's. Mensen hebben een langere jeugd en worden veel ouder. Nieuw onderzoek naar jachttechnieken in kleinschalige samenlevingen laat zien waarom mensen zo'n ongekend lange jeugd hebben.

Kijk voor meer informatie op Wetenschap.nu

In tegenstelling tot mensapen leven mensen door, zelfs nadat hun kinderen onafhankelijk zijn. Dat is vrijwel uniek in het dierenrijk. Dat laat zien dat evolutie ook niet-fysieke aspecten van het bestaan, zoals 'de dienstregeling van het leven', vormgeeft.

Chimpansees planten zich voort vanaf hun tiende levensjaar en vanaf dat moment moeten ze ook hun eigen kostje bij elkaar scharrelen. En ze bereiken eigenlijk nooit de pensioengerechtigde leeftijd. Ze sterven in het wild uiterlijk rond de 50-55 jaar. Jager-verzamelaars krijgen pas rond het negentiende levensjaar hun eerste kind. Zij hebben dus een veel langere jeugd.

En hoewel de levensverwachting bij jager-verzamelaars bij de geboorte niet hoger is dan die van chimpansees, is hun maximumleeftijd dat wel. Wie de hoge kindersterfte overleeft, wordt regelmatig zeventig of zelfs tachtig jaar oud. Maar waarom hebben mensen, ook zonder de westerse geneeskunde, zo'n andere levensloop?

Gemiddeld is de jachtopbrengst het hoogst in het 33ste levensjaar

Het nieuwe onderzoek laat zien dat dit te maken heeft met de evolutie van de 'kenniseconomie'. Wetenschappers vergeleken in veertig samenlevingen de productiviteit van jagers naarmate ze ouder worden. Daaruit blijkt dat die pas laat piekt. Gemiddeld is de jachtopbrengst het hoogst in het 33ste levensjaar. En die productiviteit daalt daarna maar langzaam.

Een jager is over het algemeen op zijn 56ste nog even efficiënt als op zijn 18de, zo'n 89 procent van de piek. En jagers werken heel lang door, sommigen zelfs tot hun 80ste.

Scan van tanden van de Zuid Afrikaanse vindplaats Drimolen (~2 miljoen jaar oud) (Foto: Smith et al. 2015, fig 1. CC-BY.)

Een lange jeugd is een evolutionaire investering in een hoge topproductiviteit.

Een lange jeugd geeft jagers de tijd om alle kennis op te doen die ze later nodig hebben. Jager-verzamelaars kennen het gedrag van vele diersoorten en de eigenschappen van honderden planten. Daarnaast maken ze vaak hun eigen, vaak complexe, werktuigen. Dat kost veel tijd om te leren.

Een lange jeugd is dus een evolutionaire investering in een hoge topproductiviteit. De lange productieve periode daarna zorgt ervoor dat de samenleving die investering ook terugverdient.

Aan de hand van fossielen kunnen archeologen bepalen wanneer die levensloop bij mensen veranderde. Zo is het mogelijk de ouderdom van een menselijk skelet vast te stellen door het bestuderen van microscopische lijntjes in het email van tanden en kiezen. Die groeilijnen laten zien hoe snel de tanden en kiezen zich in de vroege jeugd ontwikkelden. Liggen de lijntjes verder uiteen, dan groeiden de tanden sneller en was hun jeugd waarschijnlijk korter.

De laatste gemeenschappelijke voorouder die de mens deelt met chimpansees, leefde tussen de 7 en 8 miljoen jaar geleden. Homo erectus, de eerste mensensoort waarvan de hersengrootte en dus de intelligentie sterk toenam, leefde vanaf 2 miljoen jaar geleden.

De lange jeugd is pas kort geleden ontstaan

Toch laat de analyse van de tanden van een bekend erectus-fossiel, Turkana boy, zien dat zij nog ongeveer even snel opgroeiden als chimpansees en bonobo's. Pas bij de vroegste fossielen van de huidige Homo sapiens blijkt uit de groeilijnen in tanden dat zij wel langzaam opgroeiden. Die fossielen zijn ongeveer 300.000 jaar oud en zijn gevonden in Marokko.

In archeologische termen is die lange jeugd dus pas kort geleden ontstaan. Het nieuwe onderzoek belicht de functie ervan: het opdoen van kennis die mensen daarna tijdens een lang leven gebruiken om hoogproductief voedsel te verzamelen.

Kijk voor meer informatie op Wetenschap.nu