China heeft donderdagochtend een onbemande missie naar Mars gelanceerd. Als de lander succesvol neerkomt op het oppervlak, is China het derde land ooit dat de rode planeet bereikt. De Verenigde Staten en de Sovjet-Unie gingen Peking voor.

De Tianwen-1-missie bestaat uit zowel een satelliet als een lander met rover. Een rover is een voertuig dat over het oppervlak kan rijden.

Met de missie gaat China onder meer onderzoek doen naar de atmosfeer en sporen van leven. Ook zal het de opbouw van de oppervlakte van Mars bestuderen en deze in kaart brengen. Het zal zeker een half jaar duren voordat de missie de planeet bereikt.

In tegenstelling tot andere landen houdt China de datum en het tijdstip van lanceringen vaak geheim. Ook zijn er amper livebeelden en is er weinig informatie bekend over de missie en het doel ervan. Pas als een lancering geslaagd is, en Peking geen gezichtsverlies heeft geleden, verschijnen er video's.

Ook de VS en VAE deze maand naar Mars

China is niet het enige land dat deze maand een missie naar Mars stuurt. Eind juli wil de VS een poging wagen. De Amerikaanse ruimtevaartorganisatie NASA wil met de Perseverance-rover onder meer sporen van leven onderzoeken, wat de Tianwen-1 ook doet.

De Verenigde Arabische Emiraten gingen China en de VS deze maand al voor. Het land lanceerde de Hoop-satelliet op zondag 19 juli succesvol naar de rode planeet en was daarmee het eerste Arabische land ooit dat een missie naar een andere planeet stuurde.

Dat er deze maand drie lanceringen gepland staan, is geen toeval; Mars staat in deze periode namelijk op een gunstige positie ten opzichte van de aarde, en dat gebeurt maar eens in de 26 maanden.

Hoewel Rusland en de VS in de ruimte de echte grootmachten zijn, investeert China de laatste jaren veel in de ruimtevaart. Begin 2019 behaalde Peking een grote overwinning door als eerste op de zogenoemde achterkant van de maan te landen. Ook India, de Verenigde Arabische Emiraten en Brazilië hebben ambitieuze ruimteprogramma's.