Nomaden die ruim duizend jaar geleden kuddes vee hielden langs de Zijderoute, hielden mogelijk katten als gezelschapsdieren. Dit is uniek, stellen de wetenschappers in het vakblad Scientific Reports, omdat deze specifieke nomadenstammen eigenlijk alleen dieren hielden die voor hen een praktisch nut hadden.

De Zijderoute was eeuwenlang een netwerk van handelswegen door Centraal-Azië. Handelaren uit Europa, het Midden-Oosten en Azië vonden elkaar via de Zijderoute.

In het hedendaagse Kazachstan vonden wetenschappers de botten van een huiskat zoals die vandaag de dag bekend is. De fossielen waren niet verwant aan de wilde steppekat uit de regio en het dier had volgens de ontdekkers veel proteïne in het dieet. Dit laatste impliceert dat de kat door mensen was gevoerd.

Het skelet van de kat was in behoorlijk goede staat. Vermoedelijk was het dier met de hand begraven, ongeveer achthonderd jaar geleden.

Stammen hielden alleen dieren met praktisch nut

Dat katten destijds als huisdieren werden gehouden door lokale stammen is bijzonder, menen de onderzoekers. Deze volkeren hielden eigenlijk alleen dieren die essentieel waren in hun leven. Zo hielden ze ook honden, want die konden helpen met het bewaken van kuddes vee.

Een duidelijk nut voor katten hadden deze Kazachse volkeren eigenlijk niet, maar vermoedelijk hebben ze het houden van huiskatten overgenomen van andere culturen langs de Zijderoute.