Allosaurussen die in de jura leefden moesten zien te overleven in een omgeving met weinig middelen, waardoor ze mogelijk noodgedwongen overgingen op kannibalisme. Dat schrijven Amerikaanse paleontologen in het wetenschappelijke tijdschrift PLOS ONE.

Paleontologen kunnen veel leren over prehistorisch eetgedrag op basis van de tandafdrukken op fossielen. Hierbij vinden onderzoekers zelden de afdrukken van carnivoren.

In een steengroeve in de Amerikaanse staat Colorado vonden wetenschappers echter 2.368 botten uit de jura, ongeveer 200 tot 145 miljoen jaar geleden, en 29 procent daarvan met tandafdrukken van carnivoren erop.

De meeste van deze afdrukken werden gezet door de allosaurus en zaten op de botten van planteneters. 16 procent van de afdrukken zaten echter op de botten van soortgenoten en waren achtergelaten in resten van minder voedzame lichaamsdelen.

Dit wijst er volgens de paleontologen op dat de allosaurussen de restjes hadden gegeten die waren achtergelaten door andere roofdieren, waarschijnlijk omdat ze zelf geen eten konden vinden. De bevindingen zijn mogelijk het eerste bewijs van kannibalisme onder allosaurussen.

Deze oerreptielen waren geen lastige eters en op plekken waar ze weinig ander eten konden vinden, zouden ze waarschijnlijk ook geen bezwaar hebben gehad tegen het eten van soortgenoten.