De prehistorische inwoners van Australië maakten tekensjablonen van bijenwas, om er vervolgens afdrukken met pigment mee te maken in grotten. Dat schrijven Australische archeologen in het wetenschappelijke tijdschrift Antiquity.

Vaak maakten prehistorische tekenaars gebruik van lichaamsdelen als sjablonen, zoals hun handen. Maar in een grot in het noorden van Australië vonden onderzoekers wel heel kleine tekeningen van onder meer mensen, dieren en boemerangs.

De afdrukken hadden veel ronde lijnen, wat erop zou wijzen dat de sjablonen waren gemaakt van een materiaal dat makkelijk vervormd kon worden. Daarbij komt dat een van de coauteurs zich herinnerde dat inheemse stammen bijenwas gebruikten als een lijm en dat kinderen er poppetjes mee maakten.

Op basis van deze kennis besloten de onderzoekers zelf sjabloontjes te maken met bijenwas, om te kijken of ze hiermee soortgelijke grottekeningen konden maken. Na meerdere proefjes concludeerden de wetenschappers dat dit wel degelijk kon. De kans is daarom volgens hen erg groot dat dit precies is wat de prehistorische kunstenaars hebben gedaan.

Sinds deze conclusie werd getrokken, werden nog meer soortgelijke grottekeningen gevonden in Australië. Mogelijk zijn dit de eerste van nog veel meer soortgelijke ontdekkingen.