Lantaarnvissen en bepaalde inktvissoorten kunnen een lichtflits creëren met hun eigen lichaam, waarmee ze zeeroofdieren kunnen afschrikken. Dat schrijven Argentijnse, Britse en Franse onderzoekers in het wetenschappelijke tijdschrift Journal of Experimental Biology.

Langs de Zuid-Amerikaanse kust vallen lantaarnvissen en soorten inktvissen ten prooi aan zeeolifanten. De vissen zijn fluorescent, waardoor ze als lichtpuntje in het water zichtbaar zijn voor zeeolifanten.

Nu blijkt dat het licht van de vissen hen niet alleen een doelwit maakt, het helpt hen ook om aanvallen af te weren.

Onderzoek wijst uit dat de vissen een lichtflits creëren, precies op het moment dat een zeeolifant hen aanvalt. Het zeezoogdier raakt verward door de flits, waardoor de prooi kan wegglippen.

Voor de studie plaatsten wetenschappers sensoren op verschillende zeeolifanten van koloniën op de Kerguelen-archipel in de Indische Oceaan. Ook in Argentinië werden dieren van een sensor voorzien. Deze apparaten hielden de locatie van de dieren bij, maar konden ook lichtflitsen in de buurt van de dieren meten.

De zeeolifanten legden vervolgens duizenden kilometers af om te jagen, bijvoorbeeld langs de kust van Chili. Eenmaal teruggekomen op hun thuisplekken, haalden de onderzoekers de sensoren weer van hen af om de data te analyseren.