Kralen uit India en aardewerk uit China zijn ontdekt in grotendeels vergeten Zuid-Afrikaanse steden. Lang voordat de Nederlanders Zuid-Afrika aandeden, waren er grootschalige boerensamenlevingen met verreikende handelsnetwerken. Met nieuwe technieken worden hun steden nu herontdekt. Toch blijft een hardnekkige mythe dat de witte kolonisten een grotendeels leeg land aantroffen.

Kijk voor meer informatie op Wetenschap.nu.

Hoewel de mythe ouder is, kwam de "leeg-landmythe" de Apartheidsregering goed uit. De mythe stelt dat Nederlandse kolonisten ongeveer tegelijkertijd in het zuidwesten van Zuid-Afrika arriveerden als zwarte boeren het uiterste noordoosten binnentrokken.

Toen de Voortrekkers, Afrikaans sprekende afstammelingen van Nederlandse kolonisten, vanaf 1830 het centrale plateau in het binnenland van Zuid-Afrika optrokken, zou dat grotendeels onbewoond zijn geweest.

Archeologisch bewijs: er wonen al heel lang boeren in Zuid-Afrika

In werkelijkheid zijn de eerste boerensamenlevingen in Zuid-Afrika meer dan tien eeuwen ouder dan de vestiging door de VOC (1652). In het jaar 300 kennen we al boerendorpen aan de zuidkust langs de Indische Oceaan.

We weten al langer dat er in het noorden van Zuid-Afrika langs de grens met Zimbabwe grote rijken waren. Rond het jaar 1000 heersten koningen vanuit hun hoofdstad Mapungubwe aan de Limpoporivier over een groot gebied in het noorden van Zuid-Afrika en het zuiden van Zimbabwe. De koningen werden rijk begraven met gouden voorwerpen zoals een beeldje van een neushoorn. Iets later verplaatste het machtscentrum zich naar het noorden, naar Zimbabwe, waar Great Zimbabwe een bekend ruïnecomplex is.

Nieuwe technieken laten nu zien dat ook op het centrale plateau van Zuid-Afrika grote steden waren. Met het gebruik van laserstralen kunnen de overblijfselen van muurresten steeds beter in kaart worden gebracht. Dat soort onderzoek leidde tot de ontdekking van Kweneng vlak bij Johannesburg. Dit was een stad waar in het begin van de negentiende eeuw misschien wel tienduizend mensen woonden. We kennen nu in totaal zeven van dit soort grote steden in het binnenland.

Het bestaan van deze steden was bekend in de 19e eeuw

De migratie van de Voortrekkers naar het binnenland, de zogenoemde Grote Trek, begon in 1835. Maar naturalisten en zendelingen waren al eerder op het Hoogveld geweest. Martin Lichtenstein (1812) en William Burchell (1824) beschreven deze steden in hun reisverslagen. De leeg-landmythe was dus altijd al een mythe.

Door de vele oorlogen in de negentiende eeuw, tussen de Britten en de Xhosa, de Zulu en hun buren en later de Voortrekkers en onder anderen de Zulu's, raakten veel samenlevingen ontwricht en sommige van die steden ontvolkt. Het bestaan van grootschalige samenlevingen raakte zo in de vergetelheid.

De studie naar deze steden put uit moderne remote sensing-technieken, maar ook uit mondelinge overleveringen van Sothogroepen. Nu de historische wetenschappen in Zuid-Afrika aan het transformeren zijn en zij inheemse kennis serieuzer nemen, wordt de Zuid-Afrikaanse geschiedschrijving een stuk gedetailleerder en doen we spectaculaire (her)ontdekkingen. Zo kan de leeg-landmythe definitief naar de prullenbak worden verwezen.