Dat jonge gasplaneten door een stofwolk worden omringd, voorkomt dat hun manen neerstorten, beschrijven Japanse astronomen in een maandag verschenen artikel in het vakblad Astronomy and Astrophysics Letters.

Terwijl een gasplaneet zich ontwikkelt, ontstaat er een grote gas- en stofwolk rondom het hemellichaam. Uit die wolk ontstaan vermoedelijk ook de manen die om de planeet heen draaien.

Lange tijd werd gedacht dat als er op deze manier een relatief grote maan ontstaat, deze in de gasplaneet kan vallen en zo opgeslokt kan worden. Als dit niet zou gebeuren, was het vermeende alternatief dat er meerdere grote manen om de planeet worden gevormd.

Nu denken Japanse wetenschappers dat de gasring rondom planeten de manen op hun plek houdt en een soort 'veilige zone' vormt. Binnen in deze gasring is het relatief warm, waardoor het gas en stof de maan wegduwen van de planeet.

Mogelijk is dit in ons zonnestelsel ook gebeurd bij de planeet Saturnus. Saturnus heeft tientallen kleine maantjes en één grote: Titan. Titan is ook de op één na grootste maan in ons zonnestelsel. Hoe deze kon ontstaan, is nog onbekend.