Nobelprijs Natuurkunde naar twee Amerikanen en Duitser

STOCKHOLM - De Nobelprijs voor de Natuurkunde 2005 gaat voor de helft naar de Amerikaanse wetenschapper Roy J. Glauber en daarnaast voor elk een kwart naar de Amerikaan John L. Hall en de Duitser Theodor W. Hänsch. Dat heeft de jury van de Nobelprijs dinsdag bekendgemaakt op de website www.nobelprize.org.

Glauber krijgt de prijs voor zijn bijdrages aan de 'kwantumtheorie van optische coherentie'. Hij maakte een theoretische beschrijving van het gedrag van lichtdeeltjes. Hall en Hänsch delen de andere helft van de prijs voor hun werk op het gebied van op laser gebaseerde precisie-spectroscopie. Daarmee is de kleur van het licht van atomen en moleculen met extreme precisie vast te stellen.

Glauber is de oudste van de drie winnaars en werd in 1925 geboren. Hij werkt aan de Harvard Universiteit in Cambridge, Massachussetts. Zijn landgenoot Hall werd in 1934 geboren en werkt bij de Universiteit van Colorado in de stad Boulder. De jongste is de in 1941 geboren Duitser Hänsch die werkzaam is op het Max Planckinstituut in Garching en aan de Ludwig Maximiliansuniversiteit in München.

Grote namen

De winnaars zijn volgens de Leidse hoogleraar quantumoptica dr. G. Nienhuis alle drie "grote namen" op hun vakgebied. Glauber is als theoreticus "een van de grondleggers van de quantumoptica".

Hall en Hänsch werken vooral experimenteel en hebben volgens Nienhuis een belangrijke bijdrage geleverd aan de ontwikkeling van optische methoden om de structuur van materie uiterst nauwkeurig te meten, op maar liefst vijftien cijfers achter de komma.

Nauwkeurigheid

Het werk van Hall en Hänsch is van belang voor bijvoorbeeld de ontwikkeling van extreem nauwkeurige klokken en verbeterde GPS-technologie (Global Positioning System). "De nauwkeurigheid waarmee tijd kan worden gemeten, wordt steeds groter, en ook het belang daarvan voor allerlei toepassingen", aldus Nienhuis.

Ook voor de natuurwetenschappen zelf is de toenemende nauwkeurigheid van metingen volgens Nienhuis van belang. "Uiteindelijk komt alles neer op metingen, en de betrouwbaarheid daarvan hangt af van de nauwkeurigheid."

röntgen

De Nobelprijs voor de Natuurkunde werd in 1901 voor het eerst uitgereikt. De onderscheiding ging toen naar Wilhelm Conrad Röntgen, die de - later naar hem genoemde - röntgenstraling ontdekte.

Sindsdien kregen acht Nederlandse natuurkundigen een Nobelprijs. Gerard 't Hooft en Martinus Veltman waren in 1999 de laatste Nederlandse winnaars. Zij ontwikkelden in de jaren '70 van de vorige eeuw een standaardmodel voor elementaire deeltjes.

Quarks

De hoogste onderscheiding op het gebied van de natuurkunde ging vorig jaar naar drie Amerikaanse onderzoekers. David J. Gross, H. David Politzer en Frank Wilczek kregen de prijs voor hun onderzoek naar quarks, de deeltjes die lange tijd zijn beschouwd als de kleinste bouwsteen van de materie.

Dagelijkse nieuwsbrief

Dagelijkse nieuwsbrief
Elke ochtend rond 6.00 uur weten wat het nieuws wordt?
Tip de redactie