Een van de mooiste archeologische verschijnselen is de kunst die moderne mensen tijdens de laatste ijstijd maakten. Figuratieve kunst is een van de weinige dingen die we (nog) niet van Neanderthalers kennen, maar alleen van onszelf. Recent zijn echter twee spectaculaire ontdekkingen van deze vroege kunst gedaan.

Kijk voor meer informatie op Wetenschap.nu

In Noord-Frankrijk is een aantal Venusbeeldjes opgegraven. We kenden ze nog niet zo noordelijk en zo dicht bij Nederland in een gebied dat 22.000 jaar geleden een barre mammoetsteppe was.

Nog bekender dan beeldjes zijn de grotten die mensen tussen 35.000 en 10.000 jaar geleden in Frankrijk en Spanje beschilderden, zoals de beroemde Grotten van Lascaux. Maar die kunst werd niet alleen in Europa gemaakt. Moderne mensen in Indonesië beschilderden 40.000 jaar geleden al grotten met afbeeldingen van buffeltjes en wrattenzwijnen.

De betekenis van de kunst is moeilijk te achterhalen. Interpretaties van Venus-figuren als moedergodinnen of vruchtbaarheidsfiguren zijn eigenlijk niet veel meer dan een gok.

Zuid-Afrikaanse rotskunst: een antilope als regenbui

Rotskunst waarvan we de betekenis wel kennen, laat zien hoe lastig de interpretatie is. Hoe beeld je een hittegolf af, of een regenbui? Prehistorische kunstenaars worstelden met dit probleem.

Hieronder staat een voorbeeld van Zuid Afrikaanse rotskunst. Hier is overduidelijk een elandantilope te zien. Maar de kunstenaar die dit maakte, beeldde helemaal geen elandantilope af. Hij schilderde waarschijnlijk een regenbui.

(Fotosuggestie: elandantilope, Game Pass Shelter, Zuid Afrika. Foto: Gerrit Dusseldorp. CC BY-SA)

Elandantilope stond voor regen

In Zuid Afrika kennen we veel van zulke rotskunst. Die is gemaakt door de San, de oorspronkelijke jager-verzamelaarbevolking (door de Nederlandse kolonisten in de zeventiende eeuw oneerbiedig 'bosjesmannen' genoemd). Antropologisch onderzoek en interviews uit de negentiende eeuw geven een goed beeld van hun religie en mythologie.

De religie van de San is sjamanistisch. Sjamanen gaan in trance, dat geeft hen toegang tot het bovennatuurlijke, de spirit world. Zo konden zij ingrijpen in de fysieke wereld. In trance genazen zij bijvoorbeeld zieken en zorgden zij voor regen. Door in trance een regendier te doden, kon een sjamaan het laten regenen. En uit antropologisch onderzoek blijkt dat dit regendier nu nét vaak de vorm van een elandantilope heeft.

Vanaf tenminste vierduizend jaar geleden maakten de San rotskunst en de eland is het meest afgebeelde dier. De kunst staat dus bol van de regenbuien.

Vooral veel dieren afgebeeld, bijna nooit landschap

Wetenschappelijk onderzoek naar deze kunst boekt veel vooruitgang. We kunnen de kunst pas sinds kort goed dateren door het meten van de hoeveelheid radioactief uranium en thorium in druipsteen die soms over de schilderingen is afgezet.

Naar de exacte betekenis is het nog gissen. Maar we kunnen wel íets zeggen. We zien vooral veel dieren afgebeeld. Die worden vaak in verband gebracht met de jacht; een essentiële bezigheid voor jager-verzamelaars. Maar een direct verband kunnen we uitsluiten. De botten van jachtbuit die archeologen opgraven, zijn vaak van andere dieren dan in nabijgelegen grotten zijn afgebeeld.

Even opvallend als wat is afgebeeld, is wat ontbreekt. Het landschap, maar ook planten of het kamp waar de mensen woonden, zijn vrijwel nooit afgebeeld.

Dat suggereert dat de dieren in de kunst meer dan alleen een letterlijke rol speelden. In de beeldentaal van de ijstijd hadden zij waarschijnlijk een breed scala aan symbolische betekenissen. De grotten zijn misschien nog het best te zien als prehistorische kathedralen, waarvan we de mythologie nog slecht begrijpen.