Na er eeuwen te hebben geleefd, verdwenen Vikingen in de vijftiende eeuw uit Groenland, mogelijk door de overbejaging van walrussen. Dat schrijven Britse, Ierse en Noorse onderzoekers in het vakblad Quaternary Science Reviews.

In de tiende eeuw na Christus stichtte de Scandinaviër Erik de Rode de eerste Vikingkolonie op Groenland, waarna een gedijende samenleving volgde. Vanaf 1400 verdwenen de oude Scandinaviërs en lieten ze enkel ruïnes achter.

Onderzoekers wezen al naar onder meer klimaatverandering, gewelddadige conflicten of gebrek aan contact met het vasteland van Europa als redenen voor het verval van de Vikingen in Groenland. Uit nieuw onderzoek blijkt dat de walrusjacht mogelijk de doorslag gaf om het land te verlaten.

Dit blijkt uit onderzoek van voorwerpen gemaakt van walrusivoor. Bijna al het ivoor in Europa was afkomstig van walrussen, die in zeeën leefden waar vrijwel alleen de Vikingen in het zuidwesten van Groenland bij konden komen.

Luxe voorwerpen werden gemaakt van walrusivoor

Kruisbeeldjes, schaakstukken en andere luxe voorwerpen werden gesneden uit de slagtanden van walrussen. Maar door de jaren heen kwam het ivoor van steeds kleinere, veelal vrouwelijke, dieren en moesten jagers steeds verder naar het noorden trekken.

Vanaf de dertiende eeuw kwam olifantenivoor op de Europese markten en werden de slagtanden van walrussen vervangen. De opbrengst van de steeds moeilijker wordende walrusjacht werd daardoor steeds kleiner.

Een plakkaat met daarop in het midden Jezus Christus, in de tiende of elfde eeuw uit walrusivoor gesneden. (Foto: Museum of Archaeology and Anthropology, University of Cambridge)