Nadat in 2011 een kerncentrale ontplofte in het Japanse Fukushima, is het gebied een oord voor wilde dieren geworden, schrijven Amerikaanse en Japanse onderzoekers in het wetenschappelijke tijdschrift Journal of Frontiers in Ecology and the Environment.

Een tsunami zorgde in 2011 voor een nucleaire ramp in de kerncentrale van Fukushima. Ruim 160.000 mensen moesten hun woningen verlaten en pas rond april 2019 mochten de eersten terugkeren. Het gebrek aan mensen in de evacuatiezone van Fukushima gaf dieren jarenlang de ruimte om te gedijen.

Bijna tien jaar later blijkt dat meer dan twintig diersoorten in groten getale voorkomen in het gebied, zoals fazanten, hazen, makaken en wilde zwijnen.

Dieren als wilde zwijnen worden volgens de onderzoekers veelal in hun vrijheid beperkt door mensen, omdat ze veel schade aan natuurgebieden kunnen aanrichten. Dat ze nu weer veel voorkomen in Fukushima, laat zien dat de evacuaties ervoor zorgden dat deze dieren zich weer konden verspreiden.

De geitachtige Japanse bosgems laat zich juist meer zien in plattelandsgebieden waar meer mensen voorkomen. Mogelijk proberen zij de groeiende wildezwijnenpopulatie te vermijden, denken de onderzoekers.

Een Japanse bosgems in een bos in Fukushima. (Foto: UGA)

106 camera's maakten meer dan 250.000 foto's

In drie gebieden in Fukushima verspreidden wetenschappers 106 camera's. In vier maanden tijd werden ruim 267.000 foto's genomen, die vervolgens zijn geanalyseerd.

De aanwezigheid van de dieren in geëvacueerde gebieden werd vergeleken met de populaties in niet-geëvacueerde gebieden, waarna onderzoekers konden concluderen dat het verdwijnen van mensen uit het gebied een groei van dierenpopulaties tot gevolg had.

Verschillende hoeveelheden straling had weinig invloed op hoeveel dieren in een gebied leefden. Het verschil werd vooral veroorzaakt door het type terrein - Fukushima varieert van berg- tot kustgebied - de hoogte ervan en de aanwezigheid van mensen.

Dit onderzoek is het eerste dat naar de dierenpopulaties in het Japanse gebied kijkt, maar neemt daarbij niet de gezondheid van de dieren in overweging.

Wetenschappers onderzochten ook dieren in Tsjernobyl

Een deel van de betrokken onderzoekers publiceerde vier jaar geleden een studie over dieren in Tsjernobyl. Na de kernramp van 1986 is dit gebied in Oekraïne ook een broedplaats voor wilde roofdieren geworden.

Dit soortgelijke onderzoek toonde aan dat roofdieren als grijze wolven en wasbeerhonden sinds de ontploffing van de kerncentrale in grote hoeveelheden voorkomen in Tsjernobyl. Ook bij deze studie is niet gekeken naar de gezondheid van de dieren.

Een raaf strekt zijn vleugels op een waarschuwingsbord in Tsjernobyl. (Foto: Reuters)